Einde waardeoverdracht pensioenen in zicht?
Vakbonden en werkgevers beraden zich momenteel over een wijziging van de wetgeving. De vraag is of waardeoverdracht nog wel belang heeft. Eén van de belangrijkste redenen om in 1994 het recht op waardeoverdracht in de wet te verankeren, was het veelvuldig ontstaan van pensioenbreuken. Omdat de eindloonregeling inmiddels bijna overal is vervangen is door een middelloonregeling, komen er nog nauwelijks pensioenbreuken voor. Bovendien is door de komst van het online Pensioenregister voor iedere deelnemer duidelijk en overzichtelijk wat zijn opgebouwde rechten zijn, zodat het ook niet langer noodzakelijk is om zijn rechten bij één fonds onder te brengen.
Het ziet er dus naar uit dat werknemers die switchen van werkgever, en daarmee ook van pensioenfonds of pensioenverzekeraar, hun wettelijk recht (gedurende zes maanden) kwijtraken om de bij de oude werkgever opgebouwde pensioenrechten over te hevelen naar het pensioenfonds of –verzekeraar van de nieuwe werkgever. Overigens wordt niet alleen het opgebouwde pensioen overgedragen, maar ook het rendement dat gedurende die periode is behaald. Bij de berekening worden door fondsen en verzekeraars verschillende rekenmethoden gehanteerd, afhankelijk van de rentestand. Daardoor is een gespaard bedrag bij het pensioenfonds of de pensioenverzekeraar van de oude werkgever, niet hetzelfde waard als bij de nieuwe werkgever en moet een fonds of verzekeraar bijstorten om de rechten op hetzelfde niveau te houden.
Pensioenfondsen kennen een collectieve buffer, waaruit het bij te storten bedrag wordt gefinancierd. Pensioenverzekeraars hebben die buffer niet, omdat zij geen collectieve verzekeringen aanbieden, maar zaken doen met individuele werkgevers. Pensioenverzekeraars verhalen het tekort dan ook op de werkgever, die daardoor (fors) moet bijbetalen. Die bijstortingsverplichting komt gemiddeld 26.000 keer per jaar voor, waarbij het per werknemer gaat om een bedrag tussen 15.000 en 30.000 euro, met soms forse uitschieters naar boven. Een verplichte bijstorting van 200.000 euro is geen uitzondering en veel werkgevers die daarmee geconfronteerd worden, schrikken zich dan ook een ongeluk. Deze forse bijstortingsverplichting leidt tot ongewenste effecten, omdat het de mobiliteit op de arbeidsmarkt kan belemmeren. Werkgevers staan dan ook niet te springen om oudere werknemers - met een lang pensioenverleden - aan te nemen. De ‘waardoverdracht-wetswijziging’ zal door werkgevers waarschijnlijk met open armen worden ontvangen.