Minder WIA-uitkeringen door ‘meeberekenen’ vakantiebonnen?
Bij schilders- en aannemersbedrijven zie je ze nog: de vakantiebonnen. Voorheen werden deze bonnen en daarmee de vakantieuren niet meegenomen in de berekening van het maatmanloon (loon dat een werknemer verdiende voor zijn arbeidsongeschiktheid). Het UWV keek voorheen naar het jaarloon van de werknemer en deelde dat door het aantal gewerkte uren. Door geen rekening te houden met de vakantiebonnen, kwam het UWV uit op een lager aantal uren dan dat de werknemer echt op jaarbasis had gewerkt (als men dat vergelijkt met het aantal gewerkte uren van een werknemer die gewoon vakantietoeslag krijgt). Het UWV zag namelijk de vakantie van de werknemer met vakantiebonnen als een soort van onbetaald verlof. Met als gevolg: een hoger maatmanloon.
Onlangs heeft het UWV in een zaak van De Haij & Van der Wende bepaald dat deze vakantiebonnen/uren ook moeten worden meegenomen in de berekening van het maatmanloon. Het UWV overwoog letterlijk het volgende: ...”de dagen waarover een werknemer vakantie geniet en niet werkt, maar waarover loon wordt genoten in de vorm van vakantiebonnen doen ook mee bij de berekening van het maatmanloon.”…
Dat heeft uiteraard consequenties voor de bepaling van het percentage arbeidsongeschiktheid. Zo moet het jaarloon nu worden gedeeld door de gewerkte uren plus de vakantieuren. Dus, zult u zeggen? Dan kom je al snel op een lager percentage uit. Dus? Werknemers die langer dan 104 weken ziek zijn, komen bij een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35% of meer in aanmerking voor een uitkering op grond van de wet WIA (Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen).
Met de uitspraak van het UWV en daarmee de nieuwe berekening vallen meer werknemers buiten de WIA. En dat heeft weer de nodige gevolgen voor zowel werkgever als werknemer. Voor de werkgever kan de uitspraak voordelig uitpakken. Als de werkgever eigenrisico-drager is, is hij bij een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35% of meer gehouden de WIA-uitkering van de werknemer te voldoen. Als er echter sprake is van een lager arbeidsongeschiktheidspercentage en de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd, dan komt de werknemer in aanmerking voor een WW-uitkering die de werkgever niet hoeft te voldoen.
