Direct een advocaat nodig? Bel: +31 10 220 44 00

Of e-mail en ontvang binnen 24 uur een antwoord

Header mvo 1 scaled

Nieuws

De haij & van der wende advocaten

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
Noa Bilogrevic
Noa Thumbnail
30 januari 2024
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Laatste mogelijkheid aanvragen STAP-budget woensdag 15 november 2023!

STAP Budget 1536x1024

Op woensdag 15 november om 10:00 uur start de laatste aanvraagperiode van het STAP-budget. Het kabinet heeft besloten vanaf september alleen nog OCW-erkende scholingen voor STAP-budget in aanmerking te laten komen, om STAP-budget arbeidsmarktgerichter in te zetten. Het aantal opleidingen waarvoor subsidie kan worden aangevraagd neemt hierdoor fors af. Bekijk daarom eerst op de website van het UWV of u in aanmerking komt voor de subsidie.

U heeft een STAP-aanmeldingsbewijs en studentnummer nodig voor uw aanvraag. Als u dus nog iets moet regelen, doe dit zo snel mogelijk.

Tip: doe de aanvraag vóór 10.00 uur, dan is de kans groter dat u door de wachtrij komt. Zie ook de website van het UWV: www.stapuwv.nl en doorloop het stappenplan.

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
Noa Bilogrevic
Noa Thumbnail
30 januari 2024
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Algemene voorwaarden – de zwarte en grijze lijst bij een niet-consument 📝

Contract tekenen 1536x1025

Consument of ondernemer, iedereen wordt dagelijks geconfronteerd met “de kleine lettertjes”. Het gebruik van algemene voorwaarden is gebruikelijk en men kan die dus ook bij het sluiten van iedere overeenkomst tegenkomen. Het gebruik van algemene voorwaarden en de inhoud van algemene voorwaarden is echter gebonden aan regels.

Zo kan een artikel in de algemene voorwaarden vernietigbaar zijn indien het, gelet op de aard en de overige inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de voorwaarden tot stand zijn gekomen, de wederzijds kenbare belangen van partijen en de overige omstandigheden van het geval, onredelijk bezwarend is voor de wederpartij. Omstandigheden die van belang zijn, behoren tot de hoedanigheid van partijen, hun maatschappelijke positie, hun onderlinge verhouding en hun deskundigheid. Indien een artikel in de algemene voorwaarden vernietigbaar is, dan heeft dat tot gevolg dat de gebruiker van die algemene voorwaarden op dat artikel geen beroep kan doen.

Voor overeenkomsten met een consument bevat de wet een lijst van bedingen die geacht worden onredelijk bezwarend te zijn (de ‘zwarte lijst’) en een lijst van bedingen die vermoed worden onredelijk bezwarend te zijn (de ‘grijze lijst’).

Hoewel de zwarte en de grijze lijst betrekking hebben op overeenkomsten met consumenten, kan ook, indien de wederpartij geen consument is, van belang zijn dat een beding in de algemene voorwaarden voorkomt op een van deze lijsten, bij de beoordeling of dit beding onredelijk bezwarend is voor die wederpartij. De wetgever heeft bij de totstandkoming van de zwarte en grijze lijst opgemerkt dat een kleine rechtspersoon die zich materieel niet van een consument onderscheidt, ook een beroep toekomt op de zwarte of grijze lijst. In de praktijk noemen wij dit ook wel reflexwerking.

Relfexwerking is echter ook in andere gevallen mogelijk, bijvoorbeeld indien de wederpartij een overeenkomst weliswaar in de uitoefening van haar beroep of bedrijf heeft gesloten, maar deze overeenkomst geen betrekking heeft op de eigenlijke beroeps- of bedrijfsactiviteiten. Er kunnen zich dus gevallen voordoen waarin de wederpartij weliswaar geen consument is, maar haar positie grote gelijkenis vertoont met die van een consument. In die gevallen kan de omstandigheid dat het beding voorkomt op de zwarte of de grijze lijst worden betrokken bij de beoordeling of het beding voor die wederpartij onredelijk bezwarend is.

In een uitspraak van de Hoge Raad van 8 september 2023 kwam dit aan de orde. Een echtpaar exploiteert een kaas- en zuivelbedrijf, aanvankelijk in de vorm van de vennootschap onder firma later in de vorm van de besloten vennootschap. Zij sluiten met de wederpartij een overeenkomst die zich bezig houdt met advies en bemiddeling op het gebied van financiën. De overeenkomst heeft betrekking op een subsidieprogramma van het Nederlandse Ministerie van Economische Zaken dat innovatieve investeringsprojecten in ontwikkelingslanden stimuleert. De adviseur hanteert algemene voorwaarden waarin onder meer is opgenomen:

“1. Klachten over de verrichte werkzaamheden dienen door de opdrachtgever binnen 8 dagen na ontdekking, doch uiterlijk binnen 14 dagen na voltooiing van de betreffende werkzaamheden schriftelijk te worden gemeld aan gebruiker. De ingebrekestelling dient een zo gedetailleerd mogelijke omschrijving van de tekortkoming te bevatten, zodat gebruiker in staat is adequaat te reageren. (…)”

Een dergelijke bepaling is in strijd met de grijze en zwarte lijst en wordt vermoed onredelijk bezwarend te zijn, omdat het een beding is dat een wettelijke verjarings- of vervaltermijn waarbinnen enig recht geldend moet worden gemaakt verkort.

De adviseur meende dat het echtpaar geen beroep toekwam op de zwarte en/of grijze lijst omdat ze handelde als rechtspersoon (B.V.). De Hoge Raad oordeelde echter dat het beding onredelijk bezwarend is. Bij haar oordeel betrekt de Hoge Raad dat de aard van de onderneming van het echtpaar (kaas- en zuivelbedrijf), het gebrek aan kennis en ervaring met de ingewikkelde financiële materie waarop de overeenkomst met de adviseur betrekking had, de omstandigheid dat ze juist daarom de adviseur hadden ingeschakeld en de omstandigheid dat het beding voorkomt op de zwarte en/of de grijze lijst.

Hierin is besloten dat de positie van het echtpaar, althans een vennootschap, naar het oordeel van het Hof gelijkenis vertoont met die van een consument en in die zin dat zij bescherming verdienen. De overeenkomst had geen betrekking op de eigenlijke activiteiten van het bedrijf.

De uitspraak van de Hoge Raad laat zien dat de toepasbaarheid van de zwarte en/of grijze lijst niet alleen relevant is voor consumenten en/of kleine ondernemers. De reflexwerking kan wel degelijk ook relevant zijn tussen grotere partijen.

Lees de uitspraak hier.

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
Noa Bilogrevic
Noa Thumbnail
30 januari 2024
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Eerste Kamer niet akkoord met Wet werken waar je wilt

Mooie jonge vrouw die met laptop aan het tropische strand werkt 1536x1024

We hebben jullie al vaker geïnformeerd over het wetsvoorstel ‘Werken waar je wilt’. Voorlopig zal dit onze laatste post zijn over dit wetsvoorstel, want het komt niet door de Eerste Kamer. Vorige week heeft de Eerste Kamer gestemd over het wetsvoorstel Wet werken waar je wilt. Dit wetsvoorstel zou het voor werknemers gemakkelijker maken om hybride te werken. Zo zou het een werknemer meer vrijheid bieden om thuis of op een andere plaats te werken. Een werkgever mocht volgens het wetsvoorstel een verzoek tot aanpassing van de arbeidsplaats alleen weigeren als hij daar zwaarwegende bedrijfsbelangen voor had. Deze regel geldt ook bij een verzoek van een werknemer tot aanpassing van de arbeidsduur en werktijden. Na advies van de SER is dit versoepeld en aangepast dat een werknemersverzoek om thuis te werken zou moeten worden beoordeeld ‘naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid’. De Eerste Kamer heeft het wetsvoorstel nu verworpen. Aangezien de regeldruk voor werkgevers al hoog is, vond de Eerste Kamer het onnodig om de huidige wetgeving aan te passen. Werkgevers en werknemers zullen gewoon het gesprek aan moeten gaan, als een werknemer een verzoek doet tot aanpassing van zijn arbeidsplaats en zich moeten houden aan de regels die nu gelden.

Wat zijn dan de huidige regels? Die staan in de Wet flexibel werken. Als een werknemer een verzoek doet tot thuiswerken, dan moet dit verzoek ten minste twee maanden voor de beoogde ingangsdatum worden ingediend. De werkgever is verplicht om het verzoek te overwegen en het gesprek hierover aan te gaan met de werknemer. In tegenstelling tot een verzoek tot aanpassing van de arbeidsduur of de werktijden heeft een werkgever dus geen zwaarwegend bedrijfsbelang nodig om het verzoek te weigeren. Een verzoek tot thuiswerken kan dus vrij eenvoudig naast zich worden neergelegd, maar dan moet wel schriftelijk aan de werknemer worden meegedeeld waarom. Let erop dat als u een maand voor de beoogde ingangsdatum geen beslissing neemt, dan moet het verzoek worden ingewilligd.

Kortom, u bent dus niet verplicht om akkoord te gaan met een verzoek tot thuiswerken. Gaat u wel akkoord? Denk dan aan een goed protocol hybride werken.

Heeft u vragen hierover of bent u geïnteresseerd in een protocol hybride werken? Neem dan contact op met onze arbeidsrecht specialisten.

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
Noa Bilogrevic
Noa Thumbnail
30 januari 2024
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Wet toekomst pensioenen 💸

Pensioenpotje 1536x1104

Op 1 juli 2023 is de Wet toekomst pensioenen in werking getreden. Redenen voor de herziening van het pensioenstelsel zijn de gewijzigde maatschappelijke voorkeuren en de financiële omstandigheden. Hierbij kun je denken aan het groeiende aantal flexibele arbeidsrelaties en zzp’ers en de daling van het aantal personen met een vaste arbeidsrelatie. De nieuwe wet wijzigt onder andere het type pensioenovereenkomsten en omvat daarnaast nieuwe regelingen voor zzp’ers.

Typen pensioenovereenkomsten

In het oude pensioenstelsel bestonden er drie typen pensioenovereenkomsten: de uitkeringsovereenkomst, de kapitaalovereenkomst en de premieovereenkomst. In het nieuwe stelsel blijft alleen de premieovereenkomst over. Bij zo’n premieovereenkomst is sprake van een vastgestelde pensioenpremie ten behoeve van de pensioenopbouw van de werknemer. In beginsel is dit een vast percentage van het jaarsalaris of de pensioengrondslag. De hoogte van het uiteindelijke pensioen is onder andere afhankelijk van de ingelegde pensioenpremies, de behaalde rendementen, rentestanden en de ontwikkeling van de levensverwachting. Kort gezegd zijn er drie typen premieovereenkomsten:

  1. een solidaire premieovereenkomst: bij deze premieregeling zijn er geen individuele potjes waarmee door de pensioenuitvoerders wordt belegd. De beschikbaar gestelde premie wordt collectief belegd. De beleggingsrendementen worden afhankelijk van leeftijd verdeeld. Jongere deelnemers krijgen meer rendement en risico toebedeeld dan oudere deelnemers.
  1. een flexibele premieovereenkomst: deze premieregeling biedt meer ruimte voor de deelnemer om het pensioencontract te laten aansluiten bij diens persoonlijke voorkeuren. De deelnemer heeft bij deze vorm een individueel potje en kan daardoor kiezen om meer of minder risico te nemen.
  1. een premie-uitkeringsovereenkomst: deze premieregeling betreft een zuivere premieregeling tot 15 jaar vóór de AOW-gerechtigde leeftijd. Vanaf 15 jaar voor de AOW-gerechtigde leeftijd kan de deelnemer een vaste levenslange pensioenuitkering vanaf de pensioendatum inkopen. Deze vorm zal alleen toegankelijk zijn voor verzekeraars, omdat zij een nominaal pensioen kunnen garanderen.

Wat verandert er voor de werkgever?

Van belang is of de werkgever is aangesloten bij een bedrijfstakpensioenfonds. Wanneer de werkgever wel is aangesloten bij een bedrijfstakpensioenfonds wordt op collectief niveau bij het pensioenfonds de pensioenregeling gewijzigd. Deze werkgever is gehouden de gewijzigde pensioenovereenkomst na te leven. Instemming van de werknemer is in dit geval niet nodig.

Een werkgever die op individueel niveau een pensioenregeling met de werknemer heeft afgesproken kan dit op twee manieren wijzigen. De eerste manier om de pensioenovereenkomst te wijzigen is met instemming van de werknemer, de werknemer is dan gebonden aan de gewijzigde pensioenovereenkomst. De tweede manier is de eenzijdige wijziging. Dit kan alleen wanneer de werkgever een eenzijdig wijzigingsbeding is overeengekomen met de werknemer. Om een beroep te doen op het eenzijdig wijzigingsbeding is vereist dat de werkgever een voldoende zwaarwichtig belang heeft. Een wijziging van de pensioenwetgeving wordt aangemerkt als een dergelijk zwaarwichtig belang en is daarom reden voor de werkgever om zich te beroepen op het eenzijdig wijzigingsbeding.

Daarnaast heeft de werkgever bij het wijzigen van een individuele pensioenregeling ook instemming van de ondernemingsraad nodig, dan wel is de werkgever gehouden advies te vragen aan de personeelsvertegenwoordiging of de personeelsvergadering. Als de afspraken op collectief niveau zijn vastgelegd, bijvoorbeeld in de cao, is de inspraak van werknemers geregeld via het collectieve overleg tussen werkgevers- en werknemersorganisaties.

Zzp’ers

Slechts een beperkt aantal zelfstandigen maakt gebruik van de mogelijkheden om te sparen voor hun oudedagsvoorziening. Om een grote inkomensterugval te voorkomen, zijn in het Pensioenakkoord ook afspraken gemaakt die zijn gericht op zelfstandigen.

Door de nieuwe wet krijgen zelfstandigen meer ruimte om hun pensioen op een fiscaal voordelige manier te regelen. Daarnaast is er een experiment opgezet in de tweede pijler. Een zelfstandige krijgt de mogelijkheid om zich aan te sluiten bij het bedrijfstakpensioenfonds dat geldt in de bedrijfstak waarin hij werkzaamheden verricht. Daarnaast is er de mogelijkheid om zich aan te sluiten bij een pensioenregeling die wordt aangeboden door een algemeen pensioenfonds, verzekeraar of premiepensioeninstelling, welke is opengesteld voor vrijwillige aansluiting door zelfstandigen. Zelfstandigen kunnen, met een bepaald minimum en maximum, een flexibel pensioenkeuzeloon opgeven aan de hand waarvan de pensioenpremie wordt berekend.

Conclusie

Controleer als werkgever of u in actie moet komen om de nieuwe wetgeving toe te passen op uw werknemers. De transitieperiode loopt tot 1 januari 2028. Heeft u vragen over uw (mogelijke) aansluiting bij het bedrijfstakpensioenfonds? Neem dan contact op met Dennis Oud, Hans de Haij, Tessa Sipkema of Elke Hofman.

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
Noa Bilogrevic
Noa Thumbnail
30 januari 2024
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Nieuw cursusjaar van start: wie draait op voor de kosten?

Bovenaanzicht van spaarvarken met notebooks en diploma 1536x1112

Het nieuwe cursusjaar is weer begonnen en zo ook nieuwe kansen voor werknemers om een studie of cursus te volgen. Maar dit brengt uiteraard ook kosten 💶 met zich mee en wie mag dit uiteindelijk betalen? Werkgever of werknemer?

Hoe zit het ook al weer? De wet kent geen regeling waaruit blijkt waaraan een studiekostenbeding moet voldoen, maar volgens de rechtspraak moet er sprake zijn van:

  • Een baat periode: binnen welke periode verwacht werkgever profijt te hebben bij de nieuwe kennis en vaardigheden van de werknemer;
  • Glijdende schaal: de terugbetalingsverplichting moet naar evenredigheid worden verminderd met het voortduren van de arbeidsovereenkomst na afronding van de opleiding;
  • De terugbetalingsregeling moet duidelijk aan de werknemer zijn uiteengezet.

Als niet aan deze eisen is voldaan, dan is een studiekostenbeding nietig (ongeldig). Als je de werknemer bijvoorbeeld niet duidelijk genoeg wijst op de financiële consequenties, dan handel je in strijd met het goed werkgeverschap wat een nietig studiekostenbeding oplevert.

Als sprake is van een rechtsgeldig studiekostenbeding, dan speelt nog steeds de vraag of je als werkgever de studiekosten wel mag terugvragen. Daarvoor geldt de regeling uit artikel 7:611a BW. Als werkgever moet je een werknemer in staat stellen scholing te volgen die noodzakelijk is voor de uitoefening van de functie. Als deze scholing verplicht is op grond van het toepasselijke Unierecht, de wet of een cao, dan zijn de kosten van de scholing sowieso geheel voor rekening van werkgever. Ook al voldoet het studiekostenbeding aan de vereisten die de rechtspraak daaraan stelt, dan kan de terugbetalingsregeling dus alsnog nietig zijn als het gaat om kosten die u als werkgever heeft gemaakt voor scholing die noodzakelijk is voor de uitoefening van de functie van werknemer. Is sprake van scholing waarover de werknemer al moest beschikking bij aanvang van de functie, dan is het wel toegestaan om een terugbetalingsregeling af te spreken.

Kortom, staat u op het punt uw werknemer(s) een dure opleiding of cursus te laten volgen? Controleer dan of u een terugbetalingsregeling mag afspreken én of het studiekostenbeding voldoet aan de vereisten die daaraan worden gesteld.

Zie hier de link naar een uitspraak over het studiekostenbeding en de terugbetaling van scholing.

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
Noa Bilogrevic
Noa Thumbnail
30 januari 2024
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Toezegging van de baliemedewerker?

Receptie dame biedt toeristen om documenten in te vullen 1536x995

Wanneer de baliemedewerkster van de gemeente bij u aangeeft dat u ‘die omgevingsvergunning vast en zeker zal verkrijgen’, en ‘gewoon vast moet beginnen met het bouwen van uw nieuwe schuur ’, is het voor u natuurlijk duidelijk dat haar toezegging geen invloed zal hebben op de vergunningprocedure. Wanneer de ambtenaar die uw vergunningaanvraag behandelt deze uitspraak doet, ligt dat echter anders. Uit dit korte voorbeeld blijkt al dat niet iedere uitspraak van een medewerker van de gemeente kan worden gezien als een toezegging die bij u als burger het vertrouwen wekt dat u een bepaalde handeling kan gaan uitvoeren. In werkelijkheid zijn de zaken natuurlijk minder zwart-wit en is het moeilijker om vast te stellen of sprake is van een toezegging. In de rechtspraak wordt een vast toetsingskader gebruikt om te beoordelen of sprake is van een toezegging.

Er is sprake  van een toezegging als ambtenaren of derden (bijv. advocaten die zijn ingeschakeld door de gemeente), iets hebben gezegd of gedaan dat bij de burger de indruk heeft gewekt dat sprake is van een standpuntbepaling van de gemeente over het te nemen besluit. Het belangrijkste aspect hierbij is de deskundigheid van degene die de toezegging doet  Daarnaast is vereist dat het moet gaan om een toezegging in een concrete situatie. Om terug te komen op het voorbeeld: de baliemedewerkster zal natuurlijk niet de benodigde deskundigheid hebben om zulke toezeggingen te doen, maar de ambtenaar die de vergunningaanvraag behandelt waarschijnlijk wel.

Bij het beoordelen of sprake is van een toezegging, is er overigens bewust voor gekozen om meer gewicht toe te kennen aan de manier waarop de uitspraak of de gedraging van de gemeente is overgekomen op de burger. Dit betekent natuurlijk niet dat als de baliemedewerkster een toezegging doet en die toezegging enorm overtuigend overkomt, de burger een beroep kan doen op deze toezegging. De toezegging moet namelijk ook aan het bevoegde bestuursorgaan kunnen worden toegerekend. Het is natuurlijk duidelijk dat de baliemedewerkster zich niet kan uitspreken uit naam van het bevoegde bestuursorgaan.

Samenvattend is sprake van een toezegging als de uitspraak of de gedraging is gedaan door iemand die een dergelijke uitspraak of gedraging kon doen namens de gemeente, die een bepaalde deskundigheid heeft en die deze uitspraak of gedraging doet in een concrete situatie.

Heeft u zelf te maken met een overheidsinstantie die een (onjuiste) toezegging heeft gedaan, heeft u een procedure lopen bij de gemeente of twijfelt u of u waarde kunt hechten aan een gedane toezegging? Neem dan contact op met Gerard van der Wende of met Fleur Huisman.

Voorbeeld van een uitspraak omtrent toezegging, waarin de uitspraken van de wethouder en casemanager moeten worden gezien als toezegging leest u hier.

Blijf juridisch op de hoogte

Meld u aan voor onze nieuwsbrief