Direct een advocaat nodig? Bel: +31 10 220 44 00

Of e-mail en ontvang binnen 24 uur een antwoord

Header mvo 1 scaled

Nieuws

De haij & van der wende advocaten

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
Noa Bilogrevic
Noa Thumbnail
30 januari 2024
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Deliveroo brengt meer dan je denkt 📦

Zijaanzicht levering man met pakket op een fiets 1536x1022

Vorig jaar schreven wij over het baanbrekende Deliveroo-arrest en de gevolgen die de uitspraak heeft voor zzp’ers en andere arbeidskrachten. Dat de uitspraak echt verstrekkende gevolgen heeft blijkt uit de volgende zaak.

Recentelijk moest de rechter de vraag beantwoorden of depothouders van DPG Media (NRC en Het Parool) een overeenkomst van opdracht hebben of dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst. DPG Media maakt gebruik van depothouders om de krant rond te brengen. In 2020 heeft DPG Media de distributie van haar kranten overgedragen aan Mediahuis. Mediahuis heeft op haar beurt met alle depothouders overeenkomsten gesloten, waarbij de depothouders feitelijk dus belast zijn met het rondbrengen van de krant.

Omdat een jaar later Mediahuis de overeenkomst van een depothouder had opgezegd, is deze man naar de kantonrechter gestapt met de vraag of hij nu een overeenkomst van opdracht had of een arbeidsovereenkomst. De kantonrechter paste het Deliveroo-arrest toe en kwam inderdaad op een arbeidsovereenkomst uit. Beide partijen zijn van deze uitspraak in hoger beroep gegaan. ⚖

Ook het Hof kwalificeert de overeenkomst als een arbeidsovereenkomst en komt tot die conclusie op grond van het Deliveroo-arrest. Er is volgens het Hof sprake van loon, arbeid en een gezagsverhouding tussen partijen. Mediahuis had directe invloed op de depothouder, doordat zij de administratieve zaken voor hem regelde en Mediahuis ook op meerdere punten de depothouder instructies gaf die de depothouder moest opvolgen. Ook kon de depothouder zich feitelijk niet laten vervangen, hij had ook geen andere opdrachtgevers dan Mediahuis en liep hij ook geen financieel risico. Feitelijk was de depothouder geen ondernemer, maar volledig ingebed in de organisatie van Mediahuis.

Wat interessant is, is dat de fiscus en het UWV de constructie zagen als slechts een “fictief dienstverband” en geen arbeidsovereenkomst. Desondanks oordeelt het Hof dat er op grond van het civiele recht toch sprake is van een arbeidsovereenkomst. Als u als opdrachtgever een overeenkomst sluit met een opdrachtnemer moet u dus echt nagaan of het niet stiekem toch een arbeidsovereenkomst is, ongeacht wat de fiscus of het UWV ervan vindt. Als u twijfelt neem dan contact met ons op.

Lees de uitspraak hier!

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
Noa Bilogrevic
Noa Thumbnail
30 januari 2024
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Na regen 🌧️ komt (teveel) zonneschijn ☀️?

Natuurbrand 1536x901

Natuurbranden vormen een steeds groter risico in Nederland doordat er steeds langere perioden van droogte zijn. Met de hoge bevolkingsdichtheid en het feit dat veel mensen recreëren in natuurgebieden, nemen de risico’s op een fikse brand toe. In dit blog kijken we naar de samenloop tussen enerzijds natuurbeschermingsrecht en anderzijds de noodzaak om maatregelen te kunnen nemen in natuurgebieden om natuurbranden te voorkomen.

Een bekend begrip in de natuurwetgeving is ‘Natura2000’. Een begrip dat ziet op speciaal aangewezen natuurgebieden die een hoge mate van bescherming genieten. In de pers hoort men vooral over beperkingen die de bescherming van deze gebieden meebrengt. Tegelijkertijd is het beschermen van de (beperkte) natuur die er nog is, ook van groot belang.

De natuurbeschermingswetgeving komt uit Europa. Natura2000 gebieden worden beschermd door de regels uit de Habitatrichtlijn. Op basis van die richtlijn dienen lidstaten speciale beschermingszones aan te wijzen. Dit zijn zones waarin bepaalde maatregelen worden toegepast die nodig zijn om de natuurlijke habitats en/of populaties van soorten in een gunstige staat van instandhouding te houden of te brengen. De bescherming van Natura2000 gebieden is vooral geregeld in artikel 6 van de Habitatrichtlijn.

Plannen of projecten die niet direct verband houden met het beheer van het gebied, of daarvoor niet nodig zijn, kunnen in beginsel alleen doorgang vinden als er een zogenaamde ‘passende beoordeling’ wordt gemaakt van de gevolgen van het plan of het project voor het gebied. Bij die passende beoordeling wordt rekening gehouden met de instandhoudingsdoelstellingen van dat specifieke gebied. Vergunningverlenende autoriteiten mogen dan ook alleen een vergunning afgeven als zeker is dat het project of het plan de natuurlijke kenmerken van het betrokken gebied niet zal aantasten.

Sommige projecten of plannen kunnen echter toch doorgang vinden. Dat is het geval al er dwingende redenen van groot openbaar belang spelen én er geen alternatieve oplossingen zijn. In een dergelijk geval zullen er wel compenserende maatregelen genomen moeten worden om te borgen dat het Natura2000 gebied overeind blijft (de algehele samenhang bewaard blijft).

Maar wat nu als er in een dergelijk gebied ook regels van toepassing zijn in het kader van bijvoorbeeld bescherming tegen bosbranden? Zijn projecten ter zake van bosbrandbeheermaatregelen ook ‘projecten’ waarvoor een passende beoordeling gemaakt moet worden?

Hierover heeft het Europese Hof van Justitie onlangs een arrest gewezen in een geding dat speelde in Letland. Een private Letse natuurbeheerorganisatie en de lokale Letse autoriteiten werden teruggefloten door de Letse milieubeschermingsautoriteit. Wat speelde er precies?

De Letse natuurbeschermingsautoriteit heeft bij een inspectie geconstateerd dat er ca. 17 kilometer aan bomen waren gekapt langs natuurwegen in een natuurreservaat. Het ging om een natuurreservaat dat was aangewezen als speciale beschermingszone, ofwel een Natura2000 gebied. Het regionale bestuur had eerder ingestemd met de kap en de kap was uitgevoerd door een commercieel Lets bedrijf gespecialiseerd in natuurbeheer.

De natuurbeschermingsautoriteit vond echter dat niet zomaar tot kap (en verwijdering van het gekapte) overgegaan mocht worden en gebood dat de negatieve gevolgen van de activiteiten moesten worden beperkt. De gekapte dennen moesten in de bossen achtergelaten worden (om zo tot geschikt materiaal te dienen voor in de bossen levende dieren) en er moest zelfs extra materiaal worden aangevoerd, zodat de hoeveelheid dood hout voldoende zou zijn voor de daarvan en daarin levende dieren. Maar ja, dood hout brand ook lekker, dus de lokale autoriteit zag dat weer minder zitten.

Juridisch speelden er vijf vragen (in minder juridische taal):

  1. Als men activiteiten uitvoert in een Natura2000-bosgebied die worden verricht om onderhoud te verzekeren van daar aanwezige installaties ter bescherming tegen bosbranden, is dat dan ook een ‘project’ als bedoeld in artikel 6 van de Habitatrichtlijn? Hierbij kon er vanuit gegaan worden dat de activiteiten wel voldoen aan de nationale brandpreventieregels.
  2. En moeten die activiteiten dan worden beschouwd als een project “dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het gebied”? En dat voor die activiteiten dan geen passende beoordeling hoeft te worden uitgevoerd?
  3. Of legt de Habitatrichtlijn wel een verplichting op om een beoordeling te verrichten voor deze projecten, zelfs als de uitvoering ervan wordt voorgeschreven door de nationale brandpreventieregels?
  4. En mogen de activiteiten worden voortgezet en afgemaakt vóórdat een passende beoordeling heeft plaatsgehad?
  5. En als die activiteiten zijn uitgevoerd zonder een passende beoordeling, moeten de bevoegde autoriteiten dan verplicht maatregelen nemen om significante gevolgen te voorkomen en moeten ze herstel eisen van de veroorzaakte schade?

 

Het Hof overweegt dat de Habitatrichtlijn weliswaar geen definitie van ‘project’ geeft, maar dat daarvoor kan worden aangesloten bij het begrip project uit de milieu-effectbeoordelingsrichtlijn. Werken of ingrepen die de materiële toestand van de betrokken plaats veranderen, zijn een ‘project’ in die zin. Dat is het geval bij het kappen van bomen voor het onderhoud van natuurwegen in een Natura2000 natuurgebied. Dus is er sprake van een ‘project’ als bedoeld in artikel 6 van de Habitatrichtlijn.

Vervolgens overweegt het Hof dat het wel mogelijk kan zijn dat bosbrandbeheermaatregelen zonder passende beoordeling zijn toegestaan, maar dat die dan ook ‘noodzakelijk’ moeten zijn om de beschermde habitats of soorten in een gunstige staat van instandhouding te houden. Of om deze habitats of soorten te herstellen. En die maatregelen moeten dan geschikt zijn voor het betrokken gebied en geschikt zijn om die natuur- soortenbeschermingsdoelstellingen te verwerkelijken.

Men zal dus moeten nagaan of de kapwerkzaamheden gevolgen hebben voor de instandhoudingsdoelen en een bepaalde risico-analyse moeten maken. Om dat te kunnen zal dus toch bijna altijd toch weer wèl een passende beoordeling gemaakt moeten worden. Uitgangspunt is dus dat wèl een passende beoordeling gemaakt moet worden, tenzij de maatregelen in zodanig rechtstreeks verband staan dat dat gepasseerd kan worden. Ook als de brandpreventiemaatregelen worden voorgeschreven door andere wettelijke regels is een passende beoordeling nog steeds verplicht, nu aan de hand van die beoordeling bepaald kan worden welke maatregelen voor dat type gebied het meest geschikt zijn.

Betekent dat dan dat bij negatieve gevolgen voor het natuurgebied geen brandpreventiemaatregelen mogelijk zijn? Dat is niet het geval. Zelfs als zou blijken uit de beoordeling dat er negatieve gevolgen zijn en geen alternatieven, dan biedt de Habitatrichtlijn nog wel mogelijkheden om de brandpreventiemaatregelen te kunnen doorvoeren. Als er voldoende compenserende maatregelen worden getroffen, kunnen dergelijke maatregelen worden aangemerkt als volgend uit een dwingende reden van groot openbaar belang.

In deze zaak oordeelde het Hof ook dat de werkzaamheden niet mochten worden voortgezet of voltooid vóórdat er een passende beoordeling van de gevolgen ervan voor het gebied was gemaakt. Dat kan weer anders zijn als in de natuurbeheerplannen van het gebied zelf bepaald brandbeschermingsonderhoud is opgenomen. Dat onderhoud moet dan natuurlijk wel noodzakelijk zijn om de beschermde habitats of soorten in een gunstige staat van instandhouding te houden of deze te herstellen.

Ten slotte overweegt het Hof nog dat uit artikel 6 van de Habitatrichtlijn niet voortvloeit dat particulieren (in dit geval het Letse natuurbeheerbedrijf) die de werkzaamheden hebben uitgevoerd de schade zouden moeten vergoeden of de schade zouden moeten herstellen. Het richtlijnartikel richt zich immers tot de lidstaten (en bijbehorende bevoegde autoriteiten) en legt dus geen verplichtingen op particulieren op.

Terugkomend op het begin van dit blog: Natuurbeschermingsregels en brandpreventieregels kunnen dus samenlopen en effect hebben op de uitvoering van brandpreventiemaatregelen binnen natuurgebieden. Om te zorgen dat tijdig de nodige brandpreventiemaatregelen getroffen kunnen worden, is het dus zaak dat er een passende beoordeling wordt uitgevoerd. Dat lijkt de minst risicovolle weg waarbij enerzijds het behoud en herstel van de natuur zoveel mogelijk wordt geborgd en anderzijds er voldoende geanticipeerd kan worden op de steeds vaker voorkomende natuurbranden.

U kunt de uitspraak van het Europese Hof van Justitie hier nalezen.

Heeft u vragen over natuurbeschermingsrecht? Neem dan contact met ons op!

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
Noa Bilogrevic
Noa Thumbnail
30 januari 2024
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

De systematiek van de Omgevingswet 🌳

Systematiek Omgevingswet 1536x1024

Op 1 januari 2024 is de nieuwe Omgevingswet in werking getreden. In deze wet wordt een groot deel van de regels over de ‘fysieke leefomgeving’ ondergebracht. De systematiek van de Omgevingswet kan vrij moeilijk zijn. Er zijn zaken veranderd en er zal nieuwe rechtspraak gaan ontstaan. De komende tijd zullen wij in de vorm van blogs deze rechtspraak volgen, maar eerst gaan we in op de systematiek van de Omgevingswet. We beginnen met deze blog, waarin we ingaan op een aantal algemene punten van de Omgevingswet, zijnde de aanleiding voor het invoeren van de Omgevingswet, de doelen van de Omgevingswet en de reikwijdte van de wet.

Aanleiding

De regels over fysieke leefomgeving waren voor de jaarwisseling verspreid over verschillende wetten en regelingen. Deze wetten en regelingen waren niet als systeem ontworpen, maar dit is door de jaren heen wel zo ontwikkeld. Dit maakte de gezamenlijke toepassing van de regels soms erg moeilijk. Dit was dan ook één van de belangrijkste aanleidingen voor de stelselherziening van het omgevingsrecht.

Onder de Omgevingswet wordt – zo is het idee – een duidelijkere systematiek gehanteerd, waardoor de toepassing van de wetten en regels gemakkelijker wordt.

Reikwijdte

De kern van het nieuwe omgevingsrechtelijke stelsel wordt gevormd door de Omgevingswet, het Besluit kwaliteit leefomgeving, het Besluit activiteiten leefomgeving, het Besluit bouwwerken leefomgeving, het Omgevingsbesluit en de Omgevingsregeling.

In hoofdstuk 1 van de Omgevingswet is het toepassingsgebied geregeld. Hiervoor zijn twee elementen van belang:

  • de fysieke leefomgeving; en
  • activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving.

 

Wat precies kan worden verstaan onder ‘de fysieke leefomgeving’ is niet helemaal vastgelegd. Wel bevat artikel 1.2 lid 2 van de Omgevingswet een aantal voorbeelden van onderdelen die in ieder geval deel uitmaken van de fysieke leefomgeving. Zo omvat de fysieke leefomgeving in ieder geval bouwwerken, infrastructuur, watersystemen, water, bodem, lucht, landschappen, natuur, cultureel erfgoed en werelderfgoed. De fysieke leefomgeving omvat dus zowel de natuurlijke omgeving als elementen die zijn aangebracht door de mens. Denk hierbij bijvoorbeeld aan bouwwerken en wegen.

Ook het begrip ‘activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving’ is niet nader uitgewerkt. Het enige vereiste dat wordt genoemd is dat de activiteit (mogelijke) nadelige gevolgen heeft voor de fysieke leefomgeving.

Al met al is de reikwijdte vrij breed en niet erg afgebakend. In de praktijk zullen deze begrippen hoogstwaarschijnlijk nader uitgekristalliseerd worden in rechtspraak.

Doelen

De stelselherziening van het omgevingsrecht heeft vier verbeterdoelen:

  • Besluitvorming over projecten in de fysieke leefomgeving verbeteren en versnellen.
  • De bestuurlijke afwegingsruimte verbeteren door een actieve en flexibele aanpak te faciliteren voor het bereiken van doelen voor de fysieke leefomgeving.
  • De inzichtelijkheid, voorspelbaarheid en het gebruiksgemak van het omgevingsrecht vergroten.
  • Een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving realiseren.

 

Doordat de Omgevingswet en de bijbehorende regelgeving alles bij elkaar toch weer behoorlijk complex en omvangrijk is, is het de vraag of deze doelen bereikt gaan worden.

Daarnaast worden in artikel 1.3 van de Omgevingswet maatschappelijke doelen genoemd:

  • ‘Het bereiken en in stand houden van een veilige en fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur;
  • Het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van maatschappelijke behoeften.’

 

Het bereiken en in stand houden van een veilige en fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit verwijst naar het belang van het waarborgen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Het gaat hier dus met name om het ‘beschermen’ van de fysieke leefomgeving. De Omgevingswet is namelijk onder meer gericht op het beschermen van de gezondheid en het milieu en het waarborgen van de veiligheid van de fysieke leefomgeving.

Het beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften ziet op het feit dat de fysieke leefomgeving ook door de mens kan worden gebruikt voor maatschappelijke opgaven. Denk daarbij aan opgaven in de industrie, landbouw of wonen. Beheren ziet bijvoorbeeld op het beheer van dijken. Gebruiken ziet bijvoorbeeld op het onttrekken van water. Ontwikkelen ziet bijvoorbeeld op het bouwen van bouwwerken. Dit alles moet zo doelmatig en efficiënt mogelijk gebeuren, omdat de beschikbare gebruiksruimte over verschillende maatschappelijke behoeften moet worden verdeeld.

Conclusie

Kort gezegd is de systematiek van de wetgeving omtrent de fysieke leefomgeving flink veranderd. Het doel van deze verandering is het vergemakkelijken van het toepassing van de wetgeving. De vraag is echter of dit in de praktijk ook daadwerkelijk het geval is. De Omgevingswet is uiteindelijk toch weer een complex geheel geworden. De eerste signalen zijn dat het op bepaalde punten meevalt, maar met name de hanteerbaarheid van de regels is lastig. Er zijn enorm veel verwijzingen naar andere regels, die zelf ook weer naar andere regels verwijzen. Het is dan ook alles behalve zeker dat de verbeterdoelen worden behaald. Er bestaat een aanzienlijke kans dat burgers en ondernemingen door de bomen het bos niet meer zullen zien en genoodzaakt zijn gespecialiseerde bijstand in te schakelen.

Hoe moeilijk of makkelijk de toepassing van de Omgevingswet uiteindelijk zal zijn, zal de praktijk leren. In volgende blogs zullen wij nader ingaan op ontwikkelingen in de rechtspraak omtrent de Omgevingswet.

Ervaart u moeite met het toepassen van de Omgevingswet of bent u benieuwd naar wat de inwerkingtreding van de Omgevingswet betekent voor uw perceel of uw onderneming, neem dan contact op met Gerard van der Wende, Petra Lindhout of met Fleur Huisman.

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
Noa Bilogrevic
Noa Thumbnail
30 januari 2024
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Fleur en Petra beëdigd tot advocaat!

Fleur en Petra Omgevingsrecht

Na jaren hard studeren en het opdoen van ervaring in de praktijk op ons kantoor, werd kantoorgenote Fleur Huisman afgelopen vrijdag bij de rechtbank Rotterdam beëdigd tot advocaat! ⚖️

Maar er is nog meer mooi nieuws, want na 6,5 jaar bij de Haagsche Hogeschool gewerkt te hebben, heeft onze nieuwe collega Petra Lindhout haar toga weer uit de kast gehaald en werd zij eveneens bij de rechtbank Rotterdam her-beëdigd tot advocaat! ⚖️

In het bijzijn van familie en een aantal kantoorgenoten was dit wel een heel mooi en bijzonder moment voor beiden.

Samen met Gerard van der Wende vormen zij nu team “Omgevingsrecht”

Ons aanbod, dat al sterk was op diverse rechtsgebieden, is nu dus nog robuuster met toegevoegde specialisaties. Dit betekent voor klanten dat wij als kantoor in de sectoren zoals bouw, tuinbouw, recycling, afvalverwerking en waterschappen, nog meer gerichte ondersteuning kunnen bieden bij de uitbreiding of aanpassing van hun activiteiten.

Mocht u vragen hebben over Omgevingsrecht, neem dan contact op met onze Omgevingsrecht specialisten

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
Noa Bilogrevic
Noa Thumbnail
30 januari 2024
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

De overgang naar de Omgevingswet: het overgangsrecht

Overgang omgevingswet 1536x1024

Per 1 januari aanstaande treedt de Omgevingswet in werking. De invoering van deze wet wordt wel de grootste regelgevingstransitie sinds de Tweede wereldoorlog genoemd. In deze blog gaan we – op hoofdlijnen – in op het overgangsrecht dat eveneens per 1 januari geldt. Op hoofdlijnen, omdat een blog zich er niet toe leent om het hele overgangsrecht te bespreken. Ook zal steeds gekeken moeten worden welke delen van het overgangsrecht op een specifieke situatie van toepassing zijn.

Het overgangsrecht is geregeld in verschillende onderdelen van de nieuwe regelgeving. Zo is het overgangsrecht te vinden in

  1. de Invoeringswet Omgevingswet (IwOw), het Invoeringsbesluit Omgevingswet (IbOw) en in de invoeringsregeling Omgevingswet (IrOw)
  2. Aanvullingswetten (en achterliggende regelgeving) op de Omgevingswet
  3. Andere regelgeving

 

Het belang van het overgangsrecht is groot. Bedrijven en organisaties mogen, wanneer de Omgevingswet van kracht wordt, niet in onzekerheid verkeren over wat is toegestaan en wat niet. Het overgangsrecht beoogt ervoor te zorgen dat er geen onduidelijkheden zijn over wat precies geldt voor bestaande activiteiten of lopende procedures.

Lopende (besluitvormings)procedures

Uitgangspunt is dat wanneer voorbereidingsprocedures voor besluiten zijn gestart voor 1 januari 2024 het oude recht van toepassing blijft. De besluitvorming wordt afgewikkeld op basis van de oude rechtsregels. Dit geldt ook voor eventuele bezwaar- en beroepsprocedures. Het brengt mee dat overheden (bevoegde gezagen) bij de beslissing op bezwaar en rechters bij de (hoger) beroepszaken steeds het oude recht zullen moeten toepassen.

Daarop bestaat wel een belangrijke uitzondering. Onder het ruimtelijk recht dat tot 1 januari 2024 geldt, zijn er twee soorten procedures. Een reguliere procedure, met een beslistermijn van in principe 8 weken en een uitgebreide procedure. De wet schrijft voor welke procedure van toepassing is op het type aanvraag. Op aanvragen die de reguliere procedure volgen is tot 1 januari 2024 de regeling van de ‘lex silencio positivo’ van toepassing. Dat betekent dat na verloop van de beslistermijn en indien het bestuursorgaan niet actief heeft besloten, de vergunning wordt geacht te zijn afgegeven en deze automatisch in werking treedt. Dat systeem verandert wèl per 1 januari 2024: de stilzwijgende verlening van een vergunning verdwijnt. Het oude recht blijft dus wel van toepassing op een aanvraag die is gedaan voor 1 januari, maar de vergunning kan niet meer stilzwijgend worden verleend. Het bestuursorgaan zal dus actief een besluit moeten nemen.

Bestaande vergunningen en ontheffingen

Onder het nieuwe recht is een aantal omgevingsvergunningplichtige activiteiten opgesomd waarvoor een verbod geldt, tenzij u over een omgevingsvergunning beschikt (paragraaf 5.1.1 Ow). Denk aan een aantal bouwactiviteiten, omgevingsplanactiviteiten, milieubelastende activiteiten et cetera. Op veel van dergelijke activiteiten is een verbodsbepaling van toepassing.

Als u op dit moment een omgevingsvergunning heeft voor een activiteit die onder de Omgevingswet per 1 januari 2024 geregeld is in een verbodsbepaling als bedoeld in paragraaf 5.1.1. Ow én deze vergunning onherroepelijk is, dan geldt als uitgangspunt dat uw vergunning geldt als een omgevingsvergunning onder het nieuwe recht voor die activiteit (art. 4.13 lid 1 IwOw). Dat geldt ook voor aan die vergunning verbonden voorschriften. Ook andere in de huidige vergunning gestelde voorwaarden, zoals bijvoorbeeld nadere eisen, verplichtingen of andere beperkingen, gelden als voorschrift bij de omgevingsvergunning vanaf 1 januari 2024.

Activiteiten die per 1 januari 2024 niet meer onder een verbodsbepaling vallen

Onder de Omgevingswet kunnen overheden (bevoegde gezagen), als de wet dat toestaat, zogenaamde maatwerkvoorschriften stellen. Dat zijn voorschriften speciaal opgesteld voor individuele gevallen (maatwerk dus), waarbij wordt afgeweken van algemene regels voor activiteiten. De overheden mogen dat alleen als die ruimte in de wet is opgenomen.

Wat gebeurt er nu met die activiteiten die vanaf 1 januari 2024 niet meer onder een verbodsbepaling vallen, maar waarvoor een overheid wel voorschriften wil stellen? Om te voorkomen dat het bevoegd gezag voor de invoering van de Omgevingswet allerlei maatwerkvoorschriften zou moeten stellen, is de volgende regeling opgenomen voor die activiteiten:

  • een voorschrift dat is verbonden aan een (huidige) omgevingsvergunning voor een activiteit die per 1 januari 2024 niet meer onder een verbodsbepaling valt, gaat in beginsel gelden als een maatwerkvoorschrift-van-rechtswege (artikel 4.5 lid 1 Ow);
  • als op de activiteiten het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) niet van toepassing is, dan geldt het maatwerkvoorschrift-van-rechtswege als een voorschrift krachtens het omgevingsplan (gemeente), de waterschapsverordening (waterschap) of de omgevingsverordening (provincie);
  • als op die activiteiten het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) wèl van toepassing is, dan gelden de maatwerkvoorschriften-van-rechtswege als maatwerkvoorschrift onder de Omgevingswet (art. 4.3 jo. 4.5 Ow), óók als deze anders geformuleerd zijn dan in het Besluit activiteiten leefomgeving.

 

Stel dat uw activiteit per 1 januari 2024 niet meer onder een verbodsbepaling valt en de huidige vergunningvoorschriften gaan gelden als maatwerkvoorschrift-van-rechtswege, maar deze voorschriften veel strenger zijn geformuleerd dan uit toepassing van het Besluit activiteiten leefomgeving zou volgen? Dan kunt u het bevoegd gezag verzoeken die maatwerkvoorschriften-van-rechtswege in te trekken. U zult dus zelf actie moeten ondernemen. Wij kunnen u daarbij adviseren en ondersteunen.

Vragen? Neem dan contact met ons op.

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
Noa Bilogrevic
Noa Thumbnail
30 januari 2024
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Symposium Pensioen & Arbeidsrecht

Welkom Dennis en Peter 1536x945

Symposium on Pensions & Employment Law

On Thursday, 16 November, our firm, in collaboration with Van Steensel Assurantiën BV, organised a symposium on Pensions and Employment Law!

Around 70 entrepreneurs and HR staff gathered at the welcoming Knowledge and Meeting Centre VNAB on the Boompjes in Rotterdam for an informative afternoon full of new developments in employment law and the Future of Pensions Act.

Representing our firm, Dennis Oud and Tessa Sipkema briefed our clients and the clients of Van Steensel on current topics in employment law, including important new legislative developments for employers and the latest case law on cross-border behaviour and freelancers.

Flip Ackema (Pension Advice Group Legal Services) updated the entrepreneurs on the Future of Pensions Act and its implications.

Several cases were discussed, and numerous questions were exchanged. After the presentations, attendees continued the discussions over delicious snacks and drinks.

In short, it was a highly successful interactive symposium, worth repeating!

We would like to thank all attendees, especially Peter Schoneveld from Van Steensel Assurantiën for the pleasant collaboration and VNAB for the warm welcome and well-organised afternoon.

Blijf juridisch op de hoogte

Meld u aan voor onze nieuwsbrief