Direct een advocaat nodig? Bel: +31 10 220 44 00

Of e-mail en ontvang binnen 24 uur een antwoord

Header mvo 1 scaled

Nieuws

De haij & van der wende advocaten

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
Noa Bilogrevic
Noa Thumbnail
30 januari 2024
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Verplicht toelatingsstelsel voor uitzendbureaus uitgesteld

Beroep op overmacht

Sinds 2023 liggen er al concrete plannen om een toelatingsstelsel in te voeren voor uitzendbureaus en andere ondernemingen die arbeidskrachten ter beschikking stellen. Wat zou je moeten doen om toegelaten te worden? Onder andere een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) indienen, een waarborgsom van honderdduizend euro overmaken (voor starters geldt een lager bedrag), laten zien dat het juiste loon wordt betaald en de belastingen betalen. Voor buitenlandse uitzendbureaus gelden aanvullende eisen (op de VOG na). Dit komt allemaal in de Wet “toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten” (Wet TTA) te staan.

Wanneer moet de nieuwe wet in werking treden? Het plan was oorspronkelijk 1 januari 2025, maar dat werd uitgesteld naar 1 januari 2026. Ook dat blijkt nu niet haalbaar, volgt uit een brief van de minister. Wanneer dan wel? Dat horen we pas weer in januari. De handhaving op het toelatingsstelsel zal pas één jaar na de inwerkingtreding van de wet TTA plaatsvinden. Voorlopig hoeft u dus niet nog niet te sparen voor die waarborgsom.

Lees de brief van de minister hier.

Vragen over uitzendcao’s of het ter beschikking stellen van arbeidskrachten? Neem dan contact op met Dennis Oud, Elke Hofman-Bijvank, Tim van Riel of met Tessa Sipkema.

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
Noa Bilogrevic
Noa Thumbnail
30 januari 2024
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Even voorstellen....

Iris portret

Wij heten Iris Keemink van harte welkom bij De Haij & Van der Wende Advocaten! Iris start bij ons als jurist en brengt een frisse blik en een scherp analytisch vermogen mee. 

Met veel enthousiasme heeft Iris de master Privaatrecht en de master Ondernemingsrecht afgerond aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Na het behalen van de masters is Iris nog enige tijd verbonden geweest als docent aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Na een paar leuke jaren heeft Iris toch de stap naar de advocatuur gemaakt, omdat ze van jongs af aan al wist dat ze later advocaat wilde worden.

Met haar gezellige persoonlijkheid en gedrevenheid staat ze ons team inhoudelijk bij en versterkt ze onze kennis en expertise op kantoor. We kijken uit naar een fijne samenwerking!

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
Noa Bilogrevic
Noa Thumbnail
30 januari 2024
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Het gelijkheidsbeginsel en handhaving: sluit het handhavingsbeleid ongelijkheid voldoende uit?

Vrouwe JustitiaWanneer u als burger of bedrijf een bouwwerk realiseert zonder de benodigde vergunningen, of uw perceel gebruikt op een manier die niet is toegestaan volgens het bestemmingsplan, zal het bestuursorgaan over het algemeen handhavend optreden. Het bestuursorgaan heeft namelijk de zogenaamde ‘beginselplicht tot handhaving’. Dit houdt in dat, wanneer sprake is van een overtreding, het bestuursorgaan in beginsel moet handhaven om de overtreding te (laten) beëindigen. Zo’n handhavingsprocedure kan voor veel frustratie zorgen bij burgers en bedrijven, vooral wanneer zij merken dat er in de omgeving veel gelijke gevallen zijn waar burgers en bedrijven dezelfde overtreding begaan en waar niet gehandhaafd wordt door het bestuursorgaan. Kan dat zomaar?

Dit vraagstuk werd besproken door de rechtbank Den Haag in haar uitspraak van 11 oktober 2024. Eisers hebben een last onder dwangsom opgelegd gekregen, omdat zij op hun perceel bouwwerken hadden gerealiseerd zonder omgevingsvergunning. Eisers menen dat de handhaving door het college in strijd is met het gelijkheidsbeginsel, omdat in de omgeving meerdere bouwwerken zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning, waartegen het bestuursorgaan niet heeft opgetreden. De rechtbank oordeelt dat voor een geslaagd beroep op het gelijkheidsbeginsel sprake moet zijn van gelijke gevallen die ongelijk worden behandeld, zonder dat hiervoor een goede reden wordt gegeven. Het gelijkheidsbeginsel vergt van het bestuursorgaan dat in gevallen waarin door verschillende overtreders vergelijkbare overtredingen plaatsvinden, een consistent en doordacht bestuursbeleid gevoerd wordt. Het bestuursorgaan moet dus duidelijk richting geven en een algemene gedragslijn volgen ten aanzien van handhavend optreden in gelijke gevallen.

In deze zaak was inderdaad sprake van strijd van het gelijkheidsbeginsel. Ondanks dat de rechtbank begrijpt dat het college niet in één keer tegen alle illegale bouwwerken tegelijkertijd kan optreden, heeft het college niet concreet gemaakt wanneer zij controles zal gaan uitvoeren tegen de andere illegale bouwwerken en hoe dit zich verhoudt tot haar handhavingsbeleid. Het bestuursorgaan heeft onvoldoende gemotiveerd waarom handhaving in gelijke gevallen wél achterwege blijft, waardoor de handhavingsbesluiten niet berusten op een draagkrachtige motivering en evident sprake is van strijd met het gelijkheidsbeginsel.

Heeft u een handhavingsbesluit ontvangen voor een illegaal bouwwerk of voor illegaal gebruik, terwijl zich in uw omgeving verschillende vergelijkbare gevallen voordoen, of bent u het simpelweg niet eens met het handhavingsbesluit? Neem dan contact op met Gerard van der Wende of met Fleur Huisman.

U leest de uitspraak hier

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
Noa Bilogrevic
Noa Thumbnail
30 januari 2024
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Gezamenlijk procederen: is dat wel zo voordelig?

Gezamenlijk procederen

In grote zaken, zoals bestemmingsplanprocedures, kiezen belanghebbenden er vaak voor om samen te procederen. Ze willen hiermee kosten besparen, met name kosten voor rechtsbijstand. Zo denken ze goedkoper uit te zijn. In de praktijk blijkt echter dat dit niet altijd het geval is. Zo ook in de uitspraak die in deze blog wordt besproken.

In haar uitspraak van 9 oktober 2024 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State namelijk geoordeeld dat de schadevergoeding wegens het door het bestuursorgaan overschrijden van de redelijke termijn werd gematigd, omdat de eisers gezamenlijk procedeerden.

De redelijke termijn is neergelegd in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Die redelijke termijn is overschreden als de duur van de totale procedure te lang is. De behandeling van het beroep mag maximaal 2 jaar duren en de behandeling van het hoger beroep ook maximaal twee jaar. De redelijke termijn bedraag dus in totaal 4 jaar. Als de gehele procedure langer dan 4 jaar duurt, is de redelijke termijn dus overschreden. Dat was in deze zaak het geval. De redelijke termijn was met één jaar overschreden, waardoor het verzoek om schadevergoeding werd toegewezen. 

De Afdeling koos er echter voor om de schadevergoeding te matigen omdat het gezamenlijk procederen ervoor heeft gezorgd dat de mate van stress, ongemak en onzekerheid die eisers ondervonden van de te lang durende procedure werd gematigd doordat zij samen de procedure doorliepen. Uiteindelijk werd de schadevergoeding à € 1.000,00 dus gedeeld door het aantal eisers dat gezamenlijk als één partij procedeerden, in plaats van aan alle eisers € 1.000,00 per persoon uit te keren.

Deze uitspraak benadrukt de nadelen die kunnen kleven aan gezamenlijk procederen. Alhoewel dit in eerste instantie kostenverlagend kan werken, kan dit er uiteindelijk ook voor zorgen dat u schadevergoeding of andersoortige vergoedingen misloopt. Let wel, deze uitspraak is  natuurlijk slechts een voorbeeld. In deze uitspraak gaat het om een relatief klein bedrag aan schadevergoeding, hetgeen natuurlijk niet opweegt tegen de gemiddelde advocaatkosten. Er zijn echter situaties denkbaar waarbij het kan gaan om aanzienlijke schadevergoedingen, die de advocaatkosten flink kunnen overstijgen.

U leest de uitspraak hier

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
Noa Bilogrevic
Noa Thumbnail
30 januari 2024
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Deliveroo staat als een paal boven water!

Dansvloer

Een eerdere blogpost ging over het onderscheid tussen het zijn van zzp’er en werknemer. In een recente uitspraak bij het gerechtshof Amsterdam zien we de gezichtspunten van Deliveroo weer in actie. Er was een discussie ontstaan of de lapdances en privédansshows als zzp’er of als werknemer werden uitgevoerd. Van ‘zelfstandigheid’ was hier geen sprake aldus het Hof en de kantonrechter.

De vrouw was als entertainmentartieste werkzaam in een club waar ze o.a. paaldansacts en (privé-)lapdances verzorgde. Ze was in dienst bij Tempo-Team en werd als uitzendkracht aan de club uitgeleend. Normaliter werkte de vrouw van 20:00uur ‘s avonds tot 02:00 uur ’s nachts op doordeweekse dagen en tot 03:00 uur ’s nachts in het weekend. De vrouw ontving echter loon voor slechts vier uur. De overige gewerkte uren werden geacht te zijn verricht alsof de vrouw een zelfstandige was, waarbij de inkomsten die zij bijvoorbeeld voor de lapdances ontving werden gezien als ‘fooien’.

Ten eerste stelt het hof vast dat de vrouw dagelijks zes, dan wel zeven uur aanwezig moest zijn. Om te beoordelen of deze werkzaamheden zijn verricht in het kader van een arbeidsovereenkomst past het hof de inmiddels welbekende Deliveroo-gezichtspuntencatalogus toe. Hieruit volgt dat het feit dat de club schriftelijke instructies heeft opgesteld over o.a. de aanwezigheid, lengte van de lapdances en het benaderen van klanten weinig kenmerken vertoont van zelfstandigheid.

Verder was het de vrouw niet toegestaan zonder toestemming van de club te pauzeren of de werkvloer te verlaten, mocht ze geen klanten meenemen naar andere locaties en werd ze ‘gecoacht’ op haar verkooptechnieken indien de drankomzet achterbleef.

De stelling van de club dat er een duidelijke scheiding is tussen de werkzaamheden die ze verrichte als werknemer en als zelfstandige wordt om deze redenen door het hof niet gevolgd. Dat de zelfstandige inkomsten zijn gedefinieerd als ‘fooien’ verandert dit niet. Kortom, toen het puntje bij paaltje kwam vielen alle gewerkte uren onder een arbeidsovereenkomst.

We zien in deze zaak nóg een reden om onze blogs te blijven volgen. Blijkens de ‘HOUSE RULES’  moest de vrouw namelijk om 20:00 uur in volledige make-up beneden staan. Laten wij nou op 8 oktober 2024 een blog getiteld: ‘LET OP: voorbereidingstijd is arbeidstijd!’  hebben gepubliceerd. Op basis daarvan zou je kunnen stellen dat de tijd voor het doen van make-up geldt als arbeidstijd, waarvoor de vrouw in beginsel ook loon zou moeten ontvangen. Of dat hier ook een punt van discussie was, blijkt niet uit de uitspraak, maar je zou er een punt van kunnen maken.

Klik op de link voor de volledige uitspraak.

Neem bij vragen contact op met Dennis Oud, Tessa Sipkema, Elke Hofman of Tim van Riel.

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
Noa Bilogrevic
Noa Thumbnail
30 januari 2024
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Onduidelijkheid over beroepsgerechtigheid: wie mag opkomen tegen de uitspraak van de rechtbank over invordering bestuursdwangkosten ⚖️

Wanneer een bestuursorgaan een last onder bestuursdwang oplegt en de burger niet binnen de gestelde termijn aan de last voldoet, zal het bestuursorgaan de bestuursdwang uitvoeren. Kort gezegd houdt dit in dat het bestuursorgaan gaat doen, wat de burger had moeten doen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het aanwezig hebben van containers op uw (bedrijfs)perceel, voor de opslag van goederen van uw bedrijf zelf of voor de verhuur aan derden als opslagruimte. Als het aanwezig hebben van die containers niet is toegestaan, kunnen deze met toepassing van bestuursdwang worden verwijderd. U krijgt eerst zelf de kans om de containers te verwijderen. Doet u dit niet, of niet tijdig, dan gaat het bestuursorgaan het zelf (laten) doen. Dat is bestuursdwang.  

Daarnaast is het ook mogelijk dat bestuursdwang wordt toegepast, zonder dat eerst een last wordt opgelegd. Het bestuursorgaan zal dan, in het bovengenoemde voorbeeld, meteen overgaan tot het verwijderen van de containers, zonder dat u eerst de kans krijgt om de carport zelf te verwijderen. Hiervan zijn twee varianten: de spoedeisende bestuursdwang en de zeer spoedeisende bestuursdwang. Bij de ‘gewone’ spoedeisende bestuursdwang ontvangt de u wel eerst een brief dat de containers worden verwijderd, maar krijgt u niet de mogelijkheid om de carport zelf te verwijderen. Zeer spoedeisende bestuursdwang houdt in dat u niet van tevoren een brief krijgt. De bestuursdwang wordt meteen toegepast en de containers dus meteen verwijderd, zonder dat eerst een brief wordt gestuurd.

In de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die in deze blog wordt besproken was sprake van ‘gewone’ spoedeisende bestuursdwang. Er was dus wel een brief gestuurd, maar de burger kreeg niet de mogelijkheid om de overtreding te beëindigen. De spoedeisende bestuursdwang was in deze zaak gericht op het door het college in beslag nemen van een gevaarlijke hond. De hond, Renzo, werd in beslag genomen na een aantal bijtincidenten. De eigenaar van Renzo ging in bezwaar tegen de brief waarin het besluit tot spoedeisende bestuursdwang werd genomen. Uiteindelijk heeft de eigenaar geprocedeerd tot aan de Raad van State, maar werd zijn beroep ongegrond verklaard. Renzo moest tijdens de bezwaar- en beroepsprocedure worden bewaard, voor het geval dat zijn eigenaar in het gelijk zou worden gesteld en Renzo terug zou krijgen. Dit is uiteindelijk niet gebeurd, maar Renzo is in totaal bijna 9 maanden in bewaring gehouden.

De kosten voor het toepassen van de bestuursdwang én (in dit geval) de kosten voor het bewaren van Renzo tijdens de bezwaar- en beroepsprocedure kunnen naderhand worden verhaald op de burger. Het college doet dat immers niet op eigen kosten.

De eigenaar van hond Renzo vond de kosten die het college rekende voor het bewaren van de hond te hoog. De rechtbank oordeelde dat het college de hond te lang heeft bewaard en heeft daarom de kosten voor de bewaring verminderd. Tegen de uitspraak van de rechtbank heeft niet het college, maar de burgemeester hoger beroep ingesteld. De burgemeester stelde namelijk dat hij sinds de wijziging van de Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Assen (APV) van 21 juni 2019 bevoegd is om maatregelen te nemen tegen gevaarlijke honden, bestuursdwang aan te zeggen en de kosten voor bestuursdwang te verhalen.

Bij de behandeling van de zaak door de Afdeling ontstond hierover een discussie. Kon de burgemeester de bestuursdwangkosten wel invorderen? Hij was immers niet degene die het besluit tot invordering van de bestuursdwangkosten had genomen. De Afdeling oordeelde dat de burgemeester niet-ontvankelijk was. Gezien het feit dat niet de burgemeester, maar het college het bestreden besluit heeft genomen, was de burgemeester geen partij in het geding en kon daarom niet als bestuursorgaan worden aangemerkt. Dat de bevoegdheid tot het aanzeggen van bestuursdwang en het invorderen van de bestuursdwangkosten uit de APV aan hem waren overgedragen, deed hier niets aan af. Die bevoegdheid was namens pas na afloop van de hoger beroepstermijn en na het nemen van de besluiten over de invordering van de bestuursdwangkosten aan hem overgedragen.

Uit deze uitspraak van de Afdeling kan een belangrijke les worden geleerd. Wanneer u procedeert tegen een overheid, is het belangrijk om altijd te controleren of de persoon of de instantie binnen de overheid in kwestie wel degene is die over het bestreden besluit mag procederen. Zoals blijkt uit deze uitspraak, gaat dat namelijk nog wel eens mis en dat is een uitgelezen kans voor u om inhoudelijke behandeling van de zaak voor te zijn

Blijf juridisch op de hoogte

Meld u aan voor onze nieuwsbrief