Verlengen begunstigingstermijn door afhankelijkheid van derden

Wanneer een bestuursorgaan een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang oplegt, wordt aan de overtreder een termijn geboden om de overtreding te beëindigen. Dit wordt de begunstigingstermijn genoemd. Soms is het voor een overtreder niet mogelijk om de overtreding binnen de begunstigingstermijn te beëindigen. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat de overtreder afhankelijk is van anderen, om de overtreding te beëindigen. De overtreder zal het bestuursorgaan dan verzoeken om de begunstigingstermijn te verlengen. In sommige gevallen zal het bestuursorgaan hierin mee gaan, maar er zijn ook gevallen waar het bestuursorgaan meent dat verlenging niet gerechtvaardigd is.
Dit was het geval in de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Nederland van 24 oktober 2024. De overtreder kreeg in deze zaak een last onder dwangsom opgelegd omdat zijn pluimveeslachterij niet voldeed aan de geluidvoorschriften. Het college had aan de last onder dwangsom een begunstigingstermijn verbonden. Die begunstigingstermijn was al een keer verlengd, maar de overtreder verzocht het college om dit nogmaals te doen. Vanwege een vertraging in de levering van geluiddempende voorzieningen kon hij niet eerder voldoen aan de door het college opgelegde last. In de tussentijd had de overtreder wel al maatregelen genomen waardoor de geluidsbelasting aanzienlijk was afgenomen. Desondanks wees het college het verzoek van de overtreder toch af. De overtreder diende daarom een verzoek om voorlopige voorziening in bij de voorzieningenrechter, die vervolgens moest oordelen over de rechtmatigheid van die afwijzing.
De voorzieningenrechter benoemt allereerst dat uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het volgende blijkt:
- De begunstigingstermijn strekt ertoe om de overtreding te beëindigen. Daarbij is van belang dat de begunstigingstermijn niet langer mag zijn dan noodzakelijk is voor het beëindigen van de overtreding.
- Het bestuursorgaan heeft enige vrijheid bij het bepalen van de lengte van de begunstigingstermijn.
- De begunstigingstermijn is niet bedoeld om de overtreder in de gelegenheid te stellen om de uitkomst van een bezwaar- of beroepsprocedure af te wachten.
Als de begunstigingstermijn te kort is om aan de last te voldoen, omdat de overtreder daarvoor (mede) afhankelijk is van derden, kan de overtreder verzoeken om verlenging van de begunstigingstermijn, zoals de overtreder in deze zaak ook deed. Bij de beoordeling van dat verzoek is van belang in hoeverre de overtreder tijdig stappen heeft ondernomen om aan de last te voldoen. Als de overtreder pas daags voordat de begunstigingstermijn afloopt, stappen zet om aan de last te voldoen, zal de begunstigingstermijn waarschijnlijk niet verlengd worden.
De voorzieningenrechter oordeelt in dit geval dat de overtreder reeds tijdelijke maatregelen heeft getroffen om te voldoen aan de geluidsgrenswaarde, vooruitlopend op het realiseren van de geluiddempende voorzieningen. Het college heeft de afwijzing van het verzoek van de overtreder daarom onvoldoende en ondeugdelijk gemotiveerd en de voorzieningenrechter verlengt de begunstigingstermijn daarom tot 6 december 2024.
Vreest u dat u een door u begane overtreding niet binnen de begunstigingstermijn kunt beëindigen, bijvoorbeeld omdat u afhankelijk bent van een levering of een dienst van derden, of omdat sprake is van concreet zicht op legalisatie, en vraagt u zich af of in uw geval de begunstigingstermijn kan worden verlengd, of dat u een verzoek om voorlopige voorziening moet indienen? Neem dan contact op met Gerard van der Wende of met Fleur Huisman.
U vindt de link naar de uitspraak hier


Wanneer u als burger of bedrijf een bouwwerk realiseert zonder de benodigde vergunningen, of uw perceel gebruikt op een manier die niet is toegestaan volgens het bestemmingsplan, zal het bestuursorgaan over het algemeen handhavend optreden. Het bestuursorgaan heeft namelijk de zogenaamde ‘beginselplicht tot handhaving’. Dit houdt in dat, wanneer sprake is van een overtreding, het bestuursorgaan in beginsel moet handhaven om de overtreding te (laten) beëindigen. Zo’n handhavingsprocedure kan voor veel frustratie zorgen bij burgers en bedrijven, vooral wanneer zij merken dat er in de omgeving veel gelijke gevallen zijn waar burgers en bedrijven dezelfde overtreding begaan en waar niet gehandhaafd wordt door het bestuursorgaan. Kan dat zomaar?
