Direct een advocaat nodig? Bel: +31 10 220 44 00

Of e-mail en ontvang binnen 24 uur een antwoord

Header mvo 1 scaled

Nieuws

De haij & van der wende advocaten

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
Noa Bilogrevic
Noa Thumbnail
30 januari 2024
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Verlengen begunstigingstermijn door afhankelijkheid van derden

Begunstigingstermijn

Wanneer een bestuursorgaan een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang oplegt, wordt aan de overtreder een termijn geboden om de overtreding te beëindigen. Dit wordt de begunstigingstermijn genoemd. Soms is het voor een overtreder niet mogelijk om de overtreding binnen de begunstigingstermijn te beëindigen. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat de overtreder afhankelijk is van anderen, om de overtreding te beëindigen. De overtreder zal het bestuursorgaan dan verzoeken om de begunstigingstermijn te verlengen. In sommige gevallen zal het bestuursorgaan hierin mee gaan, maar er zijn ook gevallen waar het bestuursorgaan meent dat verlenging niet gerechtvaardigd is.

Dit was het geval in de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Nederland van 24 oktober 2024. De overtreder kreeg in deze zaak een last onder dwangsom opgelegd omdat zijn pluimveeslachterij niet voldeed aan de geluidvoorschriften. Het college had aan de last onder dwangsom een begunstigingstermijn verbonden. Die begunstigingstermijn was al een keer verlengd, maar de overtreder verzocht het college om dit nogmaals te doen. Vanwege een vertraging in de levering van geluiddempende voorzieningen kon hij niet eerder voldoen aan de door het college opgelegde last. In de tussentijd had de overtreder wel al maatregelen genomen waardoor de geluidsbelasting aanzienlijk was afgenomen. Desondanks wees het college het verzoek van de overtreder toch af. De overtreder diende daarom een verzoek om voorlopige voorziening in bij de voorzieningenrechter, die vervolgens moest oordelen over de rechtmatigheid van die afwijzing.

De voorzieningenrechter benoemt allereerst dat uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State het volgende blijkt:

  1. De begunstigingstermijn strekt ertoe om de overtreding te beëindigen. Daarbij is van belang dat de begunstigingstermijn niet langer mag zijn dan noodzakelijk is voor het beëindigen van de overtreding.
  2. Het bestuursorgaan heeft enige vrijheid bij het bepalen van de lengte van de begunstigingstermijn.
  3. De begunstigingstermijn is niet bedoeld om de overtreder in de gelegenheid te stellen om de uitkomst van een bezwaar- of beroepsprocedure af te wachten.

Als de begunstigingstermijn te kort is om aan de last te voldoen, omdat de overtreder daarvoor (mede) afhankelijk is van derden, kan de overtreder verzoeken om verlenging van de begunstigingstermijn, zoals de overtreder in deze zaak ook deed. Bij de beoordeling van dat verzoek is van belang in hoeverre de overtreder tijdig stappen heeft ondernomen om aan de last te voldoen. Als de overtreder pas daags voordat de begunstigingstermijn afloopt, stappen zet om aan de last te voldoen, zal de begunstigingstermijn waarschijnlijk niet verlengd worden.

De voorzieningenrechter oordeelt in dit geval dat de overtreder reeds tijdelijke maatregelen heeft getroffen om te voldoen aan de geluidsgrenswaarde, vooruitlopend op het realiseren van de geluiddempende voorzieningen. Het college heeft de afwijzing van het verzoek van de overtreder daarom onvoldoende en ondeugdelijk gemotiveerd en de voorzieningenrechter verlengt de begunstigingstermijn daarom tot 6 december 2024.

Vreest u dat u een door u begane overtreding niet binnen de begunstigingstermijn kunt beëindigen, bijvoorbeeld omdat u afhankelijk bent van een levering of een dienst van derden, of omdat sprake is van concreet zicht op legalisatie, en vraagt u zich af of in uw geval de begunstigingstermijn kan worden verlengd, of dat u een verzoek om voorlopige voorziening moet indienen? Neem dan contact op met Gerard van der Wende of met Fleur Huisman.

U vindt de link naar de uitspraak hier

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
Noa Bilogrevic
Noa Thumbnail
30 januari 2024
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Verplicht toelatingsstelsel voor uitzendbureaus uitgesteld

Beroep op overmacht

Sinds 2023 liggen er al concrete plannen om een toelatingsstelsel in te voeren voor uitzendbureaus en andere ondernemingen die arbeidskrachten ter beschikking stellen. Wat zou je moeten doen om toegelaten te worden? Onder andere een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) indienen, een waarborgsom van honderdduizend euro overmaken (voor starters geldt een lager bedrag), laten zien dat het juiste loon wordt betaald en de belastingen betalen. Voor buitenlandse uitzendbureaus gelden aanvullende eisen (op de VOG na). Dit komt allemaal in de Wet “toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten” (Wet TTA) te staan.

Wanneer moet de nieuwe wet in werking treden? Het plan was oorspronkelijk 1 januari 2025, maar dat werd uitgesteld naar 1 januari 2026. Ook dat blijkt nu niet haalbaar, volgt uit een brief van de minister. Wanneer dan wel? Dat horen we pas weer in januari. De handhaving op het toelatingsstelsel zal pas één jaar na de inwerkingtreding van de wet TTA plaatsvinden. Voorlopig hoeft u dus niet nog niet te sparen voor die waarborgsom.

Lees de brief van de minister hier.

Vragen over uitzendcao’s of het ter beschikking stellen van arbeidskrachten? Neem dan contact op met Dennis Oud, Elke Hofman-Bijvank, Tim van Riel of met Tessa Sipkema.

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
Noa Bilogrevic
Noa Thumbnail
30 januari 2024
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Even voorstellen....

Iris portret

Wij heten Iris Keemink van harte welkom bij De Haij & Van der Wende Advocaten! Iris start bij ons als jurist en brengt een frisse blik en een scherp analytisch vermogen mee. 

Met veel enthousiasme heeft Iris de master Privaatrecht en de master Ondernemingsrecht afgerond aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Na het behalen van de masters is Iris nog enige tijd verbonden geweest als docent aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Na een paar leuke jaren heeft Iris toch de stap naar de advocatuur gemaakt, omdat ze van jongs af aan al wist dat ze later advocaat wilde worden.

Met haar gezellige persoonlijkheid en gedrevenheid staat ze ons team inhoudelijk bij en versterkt ze onze kennis en expertise op kantoor. We kijken uit naar een fijne samenwerking!

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
Noa Bilogrevic
Noa Thumbnail
30 januari 2024
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Het gelijkheidsbeginsel en handhaving: sluit het handhavingsbeleid ongelijkheid voldoende uit?

Vrouwe JustitiaWanneer u als burger of bedrijf een bouwwerk realiseert zonder de benodigde vergunningen, of uw perceel gebruikt op een manier die niet is toegestaan volgens het bestemmingsplan, zal het bestuursorgaan over het algemeen handhavend optreden. Het bestuursorgaan heeft namelijk de zogenaamde ‘beginselplicht tot handhaving’. Dit houdt in dat, wanneer sprake is van een overtreding, het bestuursorgaan in beginsel moet handhaven om de overtreding te (laten) beëindigen. Zo’n handhavingsprocedure kan voor veel frustratie zorgen bij burgers en bedrijven, vooral wanneer zij merken dat er in de omgeving veel gelijke gevallen zijn waar burgers en bedrijven dezelfde overtreding begaan en waar niet gehandhaafd wordt door het bestuursorgaan. Kan dat zomaar?

Dit vraagstuk werd besproken door de rechtbank Den Haag in haar uitspraak van 11 oktober 2024. Eisers hebben een last onder dwangsom opgelegd gekregen, omdat zij op hun perceel bouwwerken hadden gerealiseerd zonder omgevingsvergunning. Eisers menen dat de handhaving door het college in strijd is met het gelijkheidsbeginsel, omdat in de omgeving meerdere bouwwerken zijn gebouwd zonder omgevingsvergunning, waartegen het bestuursorgaan niet heeft opgetreden. De rechtbank oordeelt dat voor een geslaagd beroep op het gelijkheidsbeginsel sprake moet zijn van gelijke gevallen die ongelijk worden behandeld, zonder dat hiervoor een goede reden wordt gegeven. Het gelijkheidsbeginsel vergt van het bestuursorgaan dat in gevallen waarin door verschillende overtreders vergelijkbare overtredingen plaatsvinden, een consistent en doordacht bestuursbeleid gevoerd wordt. Het bestuursorgaan moet dus duidelijk richting geven en een algemene gedragslijn volgen ten aanzien van handhavend optreden in gelijke gevallen.

In deze zaak was inderdaad sprake van strijd van het gelijkheidsbeginsel. Ondanks dat de rechtbank begrijpt dat het college niet in één keer tegen alle illegale bouwwerken tegelijkertijd kan optreden, heeft het college niet concreet gemaakt wanneer zij controles zal gaan uitvoeren tegen de andere illegale bouwwerken en hoe dit zich verhoudt tot haar handhavingsbeleid. Het bestuursorgaan heeft onvoldoende gemotiveerd waarom handhaving in gelijke gevallen wél achterwege blijft, waardoor de handhavingsbesluiten niet berusten op een draagkrachtige motivering en evident sprake is van strijd met het gelijkheidsbeginsel.

Heeft u een handhavingsbesluit ontvangen voor een illegaal bouwwerk of voor illegaal gebruik, terwijl zich in uw omgeving verschillende vergelijkbare gevallen voordoen, of bent u het simpelweg niet eens met het handhavingsbesluit? Neem dan contact op met Gerard van der Wende of met Fleur Huisman.

U leest de uitspraak hier

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
Noa Bilogrevic
Noa Thumbnail
30 januari 2024
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Gezamenlijk procederen: is dat wel zo voordelig?

Gezamenlijk procederen

In grote zaken, zoals bestemmingsplanprocedures, kiezen belanghebbenden er vaak voor om samen te procederen. Ze willen hiermee kosten besparen, met name kosten voor rechtsbijstand. Zo denken ze goedkoper uit te zijn. In de praktijk blijkt echter dat dit niet altijd het geval is. Zo ook in de uitspraak die in deze blog wordt besproken.

In haar uitspraak van 9 oktober 2024 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State namelijk geoordeeld dat de schadevergoeding wegens het door het bestuursorgaan overschrijden van de redelijke termijn werd gematigd, omdat de eisers gezamenlijk procedeerden.

De redelijke termijn is neergelegd in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Die redelijke termijn is overschreden als de duur van de totale procedure te lang is. De behandeling van het beroep mag maximaal 2 jaar duren en de behandeling van het hoger beroep ook maximaal twee jaar. De redelijke termijn bedraag dus in totaal 4 jaar. Als de gehele procedure langer dan 4 jaar duurt, is de redelijke termijn dus overschreden. Dat was in deze zaak het geval. De redelijke termijn was met één jaar overschreden, waardoor het verzoek om schadevergoeding werd toegewezen. 

De Afdeling koos er echter voor om de schadevergoeding te matigen omdat het gezamenlijk procederen ervoor heeft gezorgd dat de mate van stress, ongemak en onzekerheid die eisers ondervonden van de te lang durende procedure werd gematigd doordat zij samen de procedure doorliepen. Uiteindelijk werd de schadevergoeding à € 1.000,00 dus gedeeld door het aantal eisers dat gezamenlijk als één partij procedeerden, in plaats van aan alle eisers € 1.000,00 per persoon uit te keren.

Deze uitspraak benadrukt de nadelen die kunnen kleven aan gezamenlijk procederen. Alhoewel dit in eerste instantie kostenverlagend kan werken, kan dit er uiteindelijk ook voor zorgen dat u schadevergoeding of andersoortige vergoedingen misloopt. Let wel, deze uitspraak is  natuurlijk slechts een voorbeeld. In deze uitspraak gaat het om een relatief klein bedrag aan schadevergoeding, hetgeen natuurlijk niet opweegt tegen de gemiddelde advocaatkosten. Er zijn echter situaties denkbaar waarbij het kan gaan om aanzienlijke schadevergoedingen, die de advocaatkosten flink kunnen overstijgen.

U leest de uitspraak hier

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
Noa Bilogrevic
Noa Thumbnail
30 januari 2024
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Deliveroo staat als een paal boven water!

Dansvloer

Een eerdere blogpost ging over het onderscheid tussen het zijn van zzp’er en werknemer. In een recente uitspraak bij het gerechtshof Amsterdam zien we de gezichtspunten van Deliveroo weer in actie. Er was een discussie ontstaan of de lapdances en privédansshows als zzp’er of als werknemer werden uitgevoerd. Van ‘zelfstandigheid’ was hier geen sprake aldus het Hof en de kantonrechter.

De vrouw was als entertainmentartieste werkzaam in een club waar ze o.a. paaldansacts en (privé-)lapdances verzorgde. Ze was in dienst bij Tempo-Team en werd als uitzendkracht aan de club uitgeleend. Normaliter werkte de vrouw van 20:00uur ‘s avonds tot 02:00 uur ’s nachts op doordeweekse dagen en tot 03:00 uur ’s nachts in het weekend. De vrouw ontving echter loon voor slechts vier uur. De overige gewerkte uren werden geacht te zijn verricht alsof de vrouw een zelfstandige was, waarbij de inkomsten die zij bijvoorbeeld voor de lapdances ontving werden gezien als ‘fooien’.

Ten eerste stelt het hof vast dat de vrouw dagelijks zes, dan wel zeven uur aanwezig moest zijn. Om te beoordelen of deze werkzaamheden zijn verricht in het kader van een arbeidsovereenkomst past het hof de inmiddels welbekende Deliveroo-gezichtspuntencatalogus toe. Hieruit volgt dat het feit dat de club schriftelijke instructies heeft opgesteld over o.a. de aanwezigheid, lengte van de lapdances en het benaderen van klanten weinig kenmerken vertoont van zelfstandigheid.

Verder was het de vrouw niet toegestaan zonder toestemming van de club te pauzeren of de werkvloer te verlaten, mocht ze geen klanten meenemen naar andere locaties en werd ze ‘gecoacht’ op haar verkooptechnieken indien de drankomzet achterbleef.

De stelling van de club dat er een duidelijke scheiding is tussen de werkzaamheden die ze verrichte als werknemer en als zelfstandige wordt om deze redenen door het hof niet gevolgd. Dat de zelfstandige inkomsten zijn gedefinieerd als ‘fooien’ verandert dit niet. Kortom, toen het puntje bij paaltje kwam vielen alle gewerkte uren onder een arbeidsovereenkomst.

We zien in deze zaak nóg een reden om onze blogs te blijven volgen. Blijkens de ‘HOUSE RULES’  moest de vrouw namelijk om 20:00 uur in volledige make-up beneden staan. Laten wij nou op 8 oktober 2024 een blog getiteld: ‘LET OP: voorbereidingstijd is arbeidstijd!’  hebben gepubliceerd. Op basis daarvan zou je kunnen stellen dat de tijd voor het doen van make-up geldt als arbeidstijd, waarvoor de vrouw in beginsel ook loon zou moeten ontvangen. Of dat hier ook een punt van discussie was, blijkt niet uit de uitspraak, maar je zou er een punt van kunnen maken.

Klik op de link voor de volledige uitspraak.

Neem bij vragen contact op met Dennis Oud, Tessa Sipkema, Elke Hofman of Tim van Riel.

Blijf juridisch op de hoogte

Meld u aan voor onze nieuwsbrief