Direct een advocaat nodig? Bel: +31 10 220 44 00

Of e-mail en ontvang binnen 24 uur een antwoord

Header mvo 1 scaled

Nieuws

De haij & van der wende advocaten

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
Noa Bilogrevic
Noa Thumbnail
30 januari 2024
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Snelheid versus zorgvuldigheid: alsnog beslissen op Woo-verzoek na verstrijken termijn

Woo verzoekWanneer u als burger of bedrijf meer informatie wil over, bijvoorbeeld, een omgevingsvergunning van uw buurman, kunt u bij de gemeente een zogenaamd Woo-verzoek indienen. Dit kan via een verzoek op grond van de Wet open overheid. U vraagt de informatie op bij het bestuursorgaan waarvan u de informatie wilt ontvangen (bijvoorbeeld het college van burgemeester en wethouders, de gemeenteraad of de burgemeester, afhankelijk van welk bestuursorgaan het besluit nam). U hoeft daarbij niet te verantwoorden waarom u deze informatie wilt ontvangen. Het bestuursorgaan moet dan binnen een bepaalde termijn beslissen op uw verzoek. Over het algemeen moet binnen 4 weken worden beslist, maar de termijn kan met 2 weken worden verlengd. Op deze termijn kunnen uitzonderingen bestaan. Als het bestuursorgaan niet op tijd gereageerd op het Woo-verzoek, kunt u het bestuursorgaan in gebreke stellen. Wanneer dan nog geen beslissing wordt genomen, kunt u bij de bestuursrechter in beroep gaan vanwege niet tijdig beslissen op uw Woo-verzoek. De bestuursrechter moet dan beslissen binnen welke termijn het bestuursorgaan alsnog moet beslissen op uw verzoek. Maar wat is nu een redelijke termijn?

De rechtbank Noord-Holland heeft op 25 juli 2024 een uitspraak gedaan over dit vraagstuk. Zij oordeelde dat het aan de bestuursrechter is om te bepalen wat een redelijke termijn is voor het bestuursorgaan om alsnog te beslissen op het Woo-verzoek. Uit artikel 8:55d Awb blijkt namelijk dat hiervoor een standaard termijn geldt van 2 weken. Artikel 8.4 Woo bepaalt echter dat, wanneer het verzoek een grote omvang heeft, van deze standaardtermijn moet worden afgeweken. Hoe groter het verzoek, hoe groter de kans dat de organisatie langer dan 2 weken krijgt om op het verzoek te reageren. De bestuursrechter moet dus een inschatting maken van de termijn die de organisatie in redelijkheid nodig heeft om het verzoek te beoordelen en snel, maar zorgvuldig te beslissen. Hierbij moet de omvang van het verzoek worden afgezet tegen wat in redelijkheid van het college kan worden verwacht.

Houdt u er dus rekening mee dat een beroep bij de bestuursrechter niet automatisch betekent dat het college op korte termijn zal beslissen op uw verzoek. Als het verzoek erg omvangrijk is, kan de bestuursrechter een lange(re) termijn stellen. Naast de snelheid moet immers ook worden gedacht aan de zorgvuldigheid.

Heeft u een Woo-verzoek ingediend waar het bestuursorgaan niet tijdig op beslist, of heeft u hulp nodig bij het indienen van een Woo-verzoek, dan helpen wij u graag. Bij vragen kunt u contact opnemen met Gerard van der Wende of met Fleur Huisman.

 U leest de uitspraak hier 

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
Noa Bilogrevic
Noa Thumbnail
30 januari 2024
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Geen reden tot twijfel: ondubbelzinnige opzegging

Ondubbelzinnige opzeggingIn een recente post hebben wij het gehad over "de ondubbelzinnige opzegging van de arbeidsovereenkomst" door de werknemer en dat je als werkgever hier heel voorzichtig mee moet zijn. In deze uitspraak is de kantonrechter van oordeel dat er wél sprake was van een opzegging door de werknemer. Waarom nu wel? 

Werkneemster stuurt een e-mail aan werkgever met als onderwerp ‘beëindiging dienstverband’. In deze e-mail geeft zij aan de arbeidsovereenkomst te willen beëindigen. In de e-mail benoemt zij meerdere redenen die zij ook al eerder met werkgever had besproken. Ook neemt zij in de e-mail haar opzegtermijn duidelijk in acht. Na deze e-mail hebben werkneemster en werkgever met elkaar gesproken over de situatie en heeft werkneemster de opzegging niet teruggedraaid.

Een paar dagen later komt werkneemster erachter dat er dingen in de organisatie bij werkgever in positieve zin zouden gaan veranderen, waardoor werkneemster besluit haar opzegging te herroepen. Ter onderbouwing van de herroeping geeft zij aan dat werkgever de opzegging nooit schriftelijk heeft bevestigd en dat zij met de e-mail slechts heeft bedoeld het gesprek over een aantal zaken aan te willen gaan, maar niet dat zij ook daadwerkelijk weg wilde.

De kantonrechter is duidelijk: werkneemster heeft de arbeidsovereenkomst ondubbelzinnig opgezegd. Werkgever had niet uit de e-mail kunnen opmaken dat werkneemster slechts het gesprek wilde aangaan, mede omdat zij zelfs de opzegtermijn en allerlei redenen had benoemd waarom ze weg wilde. Werkgever was al op de hoogte van deze redenen, waardoor zij logischerwijs ervan uit mocht gaan dat werkneemster de arbeidsovereenkomst daadwerkelijk wilde opzeggen.

De moraal van deze verhalen? Als een werknemer in boosheid of in een opwelling de arbeidsovereenkomst opzegt, dan moet de werkgever nagaan of de opzegging echt gemeend is, maar als de werknemer in een duidelijk goed onderbouwde e-mail opzegt, dan mag de werkgever de werknemer houden aan die opzegging.

Heeft u vragen, neem dan contact op met Dennis Oud, Tessa Sipkema of Elke Hofman

Lees de uitspraak hier

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
Noa Bilogrevic
Noa Thumbnail
30 januari 2024
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

"Ik ben er klaar mee!" 😤

Ontslag op staande voet 2.0Het komt wel eens voor dat een werknemer roept “ik ben er klaar mee”. Dat dit niet automatisch als het nemen van ontslag kan worden gezien, wordt bewezen door een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 7 mei 2024 en de tussenbeschikking die eraan vooraf ging.

Ook hier riep een werknemer dat “hij er klaar mee was”. De werkgever vatte dit serieus op en tijdens een gesprek met HR gaf de werknemer aan dat hij moest nadenken of hij bij dit standpunt zou blijven. Tijdens een gesprek de dag erna gaf de werknemer aan “ziek te zijn van de afgelopen tijd”. Werkgever accepteerde deze ziekmelding niet en eiste dat werknemer de volgende dag uitsluitsel zou geven. Toen de werknemer ook nog eens over een vaststellingsovereenkomst begon, was kennelijk de maat vol voor werkgever en overhandigde zij de werknemer een brief met als onderwerp “Bevestiging ontslag op eigen verzoek”.

Ook in deze zaak was zowel de kantonrechter als het gerechtshof van oordeel dat het enkel roepen dat een werknemer er klaar mee is, geen ondubbelzinnige opzegging van de arbeidsovereenkomst is. Ook nu weer blijkt dat als een werknemer het even gehad heeft, de werkgever echt het gesprek aan moet gaan en als dat gesprek niet leidt tot een beëindiging van de arbeidsovereenkomst, de werkgever dan niet kan stellen dat er toch sprake was van een eigen ontslag. Zeker als de emoties hoog oplopen dan doet de werkgever er goed aan om even een time out in te stellen; pas de volgende dag het gesprek aan te gaan; en als de werknemer dan nog steeds zelf ontslag wil nemen, schriftelijk uit te leggen welke consequenties zo’n eigen ontslag heeft. Als de werknemer dan ook daarna nog steeds bij zijn standpunt blijft, dan kun je spreken van een ondubbelzinnige opzegging.

Mocht u vragen hebben naar aanleiding van bovenstaande, neem dan contact op met een van onze arbeidsspecialisten: Dennis Oud, Tessa Sipkema, of Elke Hofman.

Lees de uitspraken hier: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHAMS:2023:3091 en https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:GHAMS:2024:1238

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
Noa Bilogrevic
Noa Thumbnail
30 januari 2024
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Een tentamen over 5.600 pagina's Arbeidsrecht

Tessa PALA diplomaHet PALA certificaat is binnen! 👨‍🎓📚

Wat is dat, zo’n PALA? Het is een opleiding aan de Universiteit van Amsterdam en staat voor de Postacademische Leergang Arbeidsrecht.

Van maart tot en met mei dit jaar heeft onze collega Tessa Sipkema behoorlijk intensieve opleidingsdagen gehad in het Heineken Gebouw Rotterdam. En alle dagen waren gevuld met onderwerpen binnen het Arbeidsrecht. Het vraagt veel voorbereiding (5.600 pagina’s in een paar maanden is niet niks) en de opleiding wordt afgesloten met één groot tentamen. Een behoorlijke opluchting dat zij nu weer haar weekenden en avonden terug heeft 😅 .

De opleidingsdagen worden gegeven door professoren en Arbeidsrechtadvocaten/docenten uit het hele land. De specialistische kennis blijkt direct in de praktijk toepasbaar! Zo kan zij de relaties van ons kantoor nog sneller van up-to-date Arbeidsrechtadvies voorzien. Ook geeft de PALA toegang tot de VAAN, de specialisatievereniging voor Arbeidsrechtadvocaten.

Vragen over re-integraties? Van plan een bedrijf over te nemen of uw eigen onderneming te reorganiseren? Onduidelijke cao-bepalingen of een OR-kwestie? Is er een werknemer die niet meer binnen uw bedrijf past?

Neem dan contact op met onze Arbeidsrecht specialisten! Wij staan voor uw zaak! 

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
Noa Bilogrevic
Noa Thumbnail
30 januari 2024
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Mag je vertrouwen op een toezegging van de wethouder? Het hangt af van de omstandigheden van het geval.

Architect

In de praktijk zien wij vaak dat burgers en bedrijven vertrouwen op toezeggingen van een wethouder, maar kan dit wel? De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in haar uitspraak van 10 juli 2024 een oordeel hierover gegeven in een kwestie waar een toezegging door een wethouder een rol speelde. In deze uitspraak ging het om het volgende. Het college van de gemeente Best had een last onder dwangsom opgelegd die strekte tot verwijdering van de zonder omgevingsvergunning opgerichte woning, berging, overkapping en volière. Ten aanzien van de woning en de berging beroept appellant zich op het vertrouwensbeginsel. Hij stelt namelijk dat een voormalig wethouder ruimtelijke ordening in het verleden hem met een handgeschreven brief toestemming heeft gegeven voor het bouwen en gebruiken van de woning met berging op het perceel. Appellant meent dat hij op de toezegging in die brief mocht vertrouwen.

De Afdeling oordeelt dat degene die zich beroept op het vertrouwensbeginsel, aannemelijk moet maken dat van de kant van de overheid toezeggingen of andere uitlatingen zijn gedaan of gedragingen zijn verricht, waaruit hij in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs kon en mocht afleiden dat het bestuursorgaan een bepaalde bevoegdheid zou uitoefenen en zo ja, hoe.

Er is in ieder geval geen sprake is van gerechtvaardigde verwachtingen, als:

  1. degene die een beroep doet op het vertrouwensbeginsel de relevante feiten en omstandigheden onjuist of onvolledig heeft weergegeven,
  2. hij, gelet op zijn kennis of deskundigheid, had moeten beseffen dat de uitlating of gedraging in strijd was met de van toepassing zijnde rechtsregels, of
  3. de uitlating zo duidelijk in strijd was met de van toepassing zijn rechtsregels, dat hij dit had moeten beseffen.

Appellant had weliswaar een brief van de voormalige wethouder, maar in die brief stond niet vermeld dat de toenmalig wethouder van oordeel was dat voor het bouwen van de woning en berging geen omgevingsvergunning nodig was. In die gegeven omstandigheden had appellant moeten beseffen dat de uitlating van de wethouder niet een verklaring inhield dat het toegestaan zou zijn om zonder omgevingsvergunning een woning en berging te bouwen en te gebruiken. Van belang daarbij was ook dat appellant wist dat in de regel voor het bouwen van een woning en berging een omgevingsvergunning nodig was. Appellant mocht dus aan de brief niet het vertrouwen ontlenen dat er geen vergunning nodig was. Appellant kon er evenmin op vertrouwen dat het college van burgemeester en wethouders nooit handhavend zou optreden. Het beroep van appellant op het vertrouwensbeginsel werd daarom niet gehonoreerd. 

Bent u van plan iets te bouwen of heeft u al iets gebouwd zonder omgevingsvergunning en vertrouwt u daarbij op de toezegging van een wethouder van de gemeente? Check dan altijd of je die toezegging daadwerkelijk als toezegging kwalificeert. Bij vragen over het vertrouwensbeginsel of andere omgevingsrechtelijke zaken kunt u contact opnemen met de advocaten van de  sectie Omgevingsrecht van ons kantoor.

U kunt de uitspraak hier nalezen: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:RVS:2024:2822

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
Noa Bilogrevic
Noa Thumbnail
30 januari 2024
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Wateroverlast vanuit natuurgebied; handhavingsverzoek niet als zodanig
herkend.

Wateroverlast natuurgebiedNaast een natuurgebied wonen is niet voor iedereen prettig. Onze collega Petra Lindhout schreef een annotatie naar aanleiding van een uitspraak van de hoogste bestuursrechter in een zaak waarin omwonenden van een Natura 2000 natuurgebied grondwateroverlast ondervond op hun percelen. Zij dienden een handhavingsverzoek in bij het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant. De omwonenden meenden dat het Europese natuurbeschermingsrecht was geschonden. En toen kwamen ze in de juridische mallemolen. Het college besliste niet op hun verzoek, ze namen geen besluit op het verzoek. De omwonenden probeerden toch een besluit af te dwingen via de rechter en zo kwamen ze bij de rechtbank terecht. De rechtbank verklaarde zich echter onbevoegd om van het beroep kennis te nemen, want zij meende dat het handhavingsverzoek geen aanvraag was in de zin van de wet. Vervolgens gingen de omwonenden in hoger beroep bij de Raad van State. Die moest vervolgens oordelen of het handhavingsverzoek van de omwonenden wel een ‘aanvraag’ (om een besluit te nemen) was in de zin van de wet. Die oordeelde dat het handhavingsverzoek wel moet worden aangemerkt als aanvraag om een besluit te nemen. Maar dat wil niet zeggen dat er nu ook actie gaat komen. Waarom niet?

U leest er meer over in de annotatie.

Bij vragen kunt u contact opnemen met onze Omgevingsrecht specialisten.

Blijf juridisch op de hoogte

Meld u aan voor onze nieuwsbrief