Direct een advocaat nodig? Bel: +31 10 220 44 00

Of e-mail en ontvang binnen 24 uur een antwoord

Header mvo 1 scaled

Nieuws

De haij & van der wende advocaten

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
Noa Bilogrevic
Noa Thumbnail
30 januari 2024
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Mkb-ondernemers opgelet: Vanaf maart SLIM-subsidie (weer) beschikbaar! 💶

MKB budget 1536x1025

Voor een werkgever is het belangrijk dat haar werknemers zich blijven ontwikkelen zodat werknemers duurzaam inzetbaar blijven en werknemers zelf meer plezier hebben in het werk. In het mkb is het meestal minder gebruikelijk dat werknemers scholing of training volgen, omdat er geen budget of tijd is. Om dit te stimuleren heeft de overheid een subsidieregeling speciaal voor het mkb beschikbaar gesteld: de SLIM-regeling.

Deze subsidie is ervoor bedoeld om (mkb-)ondernemers te helpen een leerrijke werkomgeving te creëren. In 2023 was deze subsidieregeling er ook al, alleen is de regeling voor 2024 vernieuwd. De regering heeft hiervoor 47,2 miljoen beschikbaar gesteld. De subsidie is nu ook beschikbaar voor leerscans, waarmee ondernemers zien in hoeverre ontwikkeling wordt gestimuleerd en waar ruimte is voor verbetering. Zo’n scan levert een scholingsplan op afgestemd op uw onderneming. Daarnaast moet in de aanvraag nu duidelijk worden gemaakt hoe de ingezette leer & ontwikkeling-methode bijdraagt aan de leercultuur en hoe de verwerving van nieuwe kennis en vaardigheden is ingebed in de organisatie.

Wij zetten de volgende informatie voor u op een rij:

  1. Voor wie? Mkb-ondernemingen, samenwerkingsverbanden in het mkb en grootbedrijven uit de sectoren landbouw, horeca en recreatie. Per aanvrager gelden specifieke criteria;
  2. Wanneer aanvragen? Tussen 1 maart tot en met 28 maart 2024 en 2 september tot en met 30 september 2024 (mkb-ondernemingen) of tussen 3 juni tot en met 31 juli 2024 (samenwerkingsverbanden en grootbedrijven uit sectoren landbouw, horeca en recreatie);
  3. Waarvoor?
    1. Doorlichting van de onderneming uitmondend in een opleidings- of ontwikkelplan gericht op het inzichtelijk maken van de scholingsbehoefte vanuit het perspectief van de onderneming;
    2. Het verkrijgen van loopbaan- of ontwikkeladviezen ten behoeve van werkenden in de onderneming, of in geval van een samenwerkingsverband werkenden in andere mkb-ondernemingen;
    3. Het ondersteunen en begeleiden bij het ontwikkelen of invoeren van een L&O-methode;
    4. Het gedurende enige tijd bieden van praktijkleerplaatsen ten behoeve van een beroepsopleiding of een deel daarvan in de derde leerweg bij een erkend leerbedrijf;
  4. Hoe aanvragen? Registreer u als aanvrager via het Subsidieportaal van Uitvoering van Beleid en doe de aanvraag;
  5. Hoeveel en hoe lang? Voor bepaalde sectoren zijn er afwijkingen van het onderstaande.
    1. Mkb-ondernemingen: max. € 25.000,- met een looptijd van 12 maanden. De subsidie is voor het klein mkb 80% en middelgroot mkb 60% van de subsidiabele kosten (ten minste € 5.000,-).
    2. Samenwerkingsverbanden mkb: max. € 500.000,- en per samenwerkingspartner max. € 200.000,- met een looptijd van 24 maanden. De subsidie is 60% van subsidiabele kosten (minimaal € 210.000,-).
    3. Grootbedrijven: max. € 200.000,- met een looptijd van 24 maanden. De subsidie bedraagt 60% van de subsidiabele kosten.

Wees er dus snel bij. Als er teveel aanvragen zijn ingediend, wordt de volgorde van afhandeling aan de hand van een loting bepaald. Het tijdstip van ontvangst van de volledige subsidieaanvraag is bepalend. Zorg er dus voor dat u direct een volledige aanvraag heeft ingediend, zodat u niet opnieuw achteraan in de rij moet aansluiten. Binnen 18 weken ontvangt u daarna bericht of de subsidie is toegekend of wordt afgewezen.

Meer informatie kunt u vinden op de website van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Let op:  u ontvangt géén subsidie voor opleidingskosten zoals bij het STAP-budget het geval was, maar bijvoorbeeld wel voor het creëren van onderwijsprogramma’s of voorbereidende gesprekken. Ook is het mogelijk om een tegemoetkoming in de kosten te vragen voor het bieden van een praktijkleerplaats of een bbl-traject.

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
Noa Bilogrevic
Noa Thumbnail
30 januari 2024
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Belangrijk arrest Hof van Justitie (voor juristen)💡

Hand tekenen van een gloeilamp 1536x1024

Het Hof van Justitie heeft afgelopen dinsdag een arrest gewezen wat ook gevolgen kan hebben voor het Nederlandse arbeidsrecht.

Wat speelde er in deze Poolse zaak? Het betrof een Poolse werknemer met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Deze arbeidsovereenkomst werd door de werkgever tussentijds beëindigd, zonder dat de redenen voor het ontslag daarbij werden vermeld. In het Poolse recht ben je bij een beëindiging van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd verplicht om de redenen voor het ontslag mee te delen. Vanuit de EU-richtlijn volgt dat je dit ook moet doen bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Werknemers kunnen zich echter niet rechtstreeks op deze richtlijn beroepen, vandaar dat deze Poolse werknemer vond dat zijn werkgever in strijd met het non-discriminatiebeginsel uit het EU-handvest had gehandeld. Hij kon zich daardoor niet goed voorbereiden op de zaak bij de rechtbank, omdat hij niet wist waarvoor hij was ontslagen. Het Hof van Justitie heeft vervolgens geoordeeld dat het Poolse arbeidsrecht op dat onderdeel niet alleen in strijd was met de EU-richtlijn, maar ook dat het in strijd was met een grondrecht uit het EU-Handvest. Op het EU-Handvest kan een werknemer wél rechtstreeks een beroep doen. In dat handvest is het grondrecht vastgelegd dat lidstaten een doeltreffende voorziening in rechte moet waarborgen. In de Poolse zaak betekende dat de Poolse rechter uiteindelijk de nationale wetgeving opzij moet zetten aangezien het recht in strijd is met het EU-handvest. Overigens is het de vraag in hoeverre de Poolse rechters hier in de praktijk mee zullen omgaan, vanwege de grote druk op de rechtstaat.

De casus an sich is voor ons niet zo relevant, aangezien in de Nederlandse wetgeving is geregeld dat als een werkgever de arbeidsovereenkomst (tussentijds) opzegt of doet ontbinden bij de kantonrechter, de redenen altijd moeten worden vermeld.

Waarom kan het dan toch een belangrijk arrest zijn? Als deze lijn wordt doorgetrokken naar situaties binnen het Nederlandse arbeidsrecht dan kan dit inhouden dat werknemers en werkgevers zich indirect toch op richtlijnen kunnen beroepen als deze niet goed zijn geïmplementeerd en daarmee in strijd zijn met grondrechten uit het EU-handvest. Het is dus de vraag hoe dit zich in de praktijk zal gaan ontwikkelen aangezien veel op Europees niveau wordt geregeld.

Niet zozeer interessant voor de gemiddelde ondernemer, wel voor onze collega’s.

Lees hier de volledige uitspraak.

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
Noa Bilogrevic
Noa Thumbnail
30 januari 2024
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Omzetderving bij schadelijke verkeersbesluiten: wat te doen?

Luchtfoto drone weergave van chisinau weg met meerdere bewegende auto s rotonde kruising kale bomen bovenaanzicht 1536x864

Colleges van burgemeester en wethouders kunnen besluiten om de verkeerstromen in een gemeente anders in te richten om zo bijvoorbeeld de doorstroming te bevorderen of veiligheid te verbeteren. De gemeente neemt dan een zogenaamd verkeersbesluit waardoor het verkeer op de in het besluit aangegeven plaats op een andere manier afgewikkeld wordt.

Een dergelijk verkeersbesluit kan echter ook nadelig zijn voor ondernemers die afhankelijk zijn van goede bereikbaarheid voor klandizie. Op het moment dat je als ondernemer door een dergelijk besluit schade ondervindt, bijvoorbeeld doordat je moeilijker bereikbaar bent, kan je een verzoek om nadeelcompensatie doen.

Het college moet dan gaan kijken of er compensatie geboden moet worden. Daartoe laat het college dan een onderzoeksbureau onderzoek doen naar de mate waarin je als ondernemer blijvende schade lijdt.

Zo werd bijvoorbeeld een snackbarhouder uit Geertruidenberg geconfronteerd met een verkeersbesluit van de gemeente waarbij een knip was aangelegd in de verkeerssituatie ter plaatse, waardoor de snackbar moeilijker bereikbaar was. Er was geen doorgaande route meer naar de snackbar voor gemotoriseerd verkeer. In de gewijzigde situatie moesten klanten feitelijk omrijden om de snackbar te kunnen bereiken en zouden zij alternatieve eetgelegenheden passeren. De ondernemer in kwestie zat met een blijvende omzetdaling en dus schade.

Deze zaak is uiteindelijk beoordeeld door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarbij de Afdelingsrechter duidelijk aangeeft hoe omgegaan moet worden met het berekenen van de nadeelcompensatie:

  • In geval van jaarlijks, voor onbepaalde tijd terugkerende inkomensschade, dient de inkomensschade overeenkomstig de systematiek van het onteigeningsrecht te worden gekapitaliseerd. Door een som geld in één keer uit te keren, wordt beoogd de verliezen die de gedupeerde in de loop van de komende jaren zal lijden te compenseren. Kapitalisatie gebeurt door het bedrag van de gemiddelde jaarlijkse netto-inkomensschade te vermenigvuldigen met een kapitalisatiefactor.
  • Voor de berekening van de inkomensschade van de eigenaar/gebruiker wordt een kapitalisatiefactor van 10 toegepast. Dit volgt uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
  • Op welk moment de schade ontstaat wordt berekend met behulp van de peildatum. De peildatum voor het berekenen van de schade is het moment dat sprake is van werkelijk geleden en te lijden inkomensschade, dus het moment waarop het verkeersbesluit feitelijk wordt gerealiseerd (bijv. door een fysieke wegafsluiting / gewijzigde bebording).
  • De omvang van de schade wordt begroot door een vergelijking te maken tussen:
    • De (feitelijke) situatie waarin de aanvrager als gevolg van het schadeveroorzakend besluit is komen te verkeren
    • De (hypothetische) situatie waarin de aanvrager zou hebben verkeerd, indien de schadeveroorzakende gebeurtenis zich niet zou hebben voorgedaan.
  • Bij het bepalen van de omvang dient rekening gehouden te worden met alle omstandigheden van het concrete geval.

 

Vaak zit er enige tijd tussen het verkeersbesluit van het college en de daadwerkelijke uitvoering van het verkeersbesluit. De vraag rijst dan of – wanneer een gedupeerde ondernemer in die tussentijd nog ongewijzigd verder kon exploiteren – dat invloed heeft op de hoogte van de kapitalisatiefactor. Het college van Geertruidenberg vond van wel, de snackbarhouder niet. Daarover zegt de Afdelingsrechter:

  • Als sprake is van inkomsten in de periode gelegen na het moment van het in werking treden van het schadeveroorzakende (verkeers)besluit en vóór de peildatum, leidt dat niet tot aanpassing van de toe te passen kapitalisatiefactor.

 

Wilt u de uitspraak zelf lezen? U leest de uitspraak hier.

Zijn er wijzigingen in de verkeersstromen nabij uw onderneming waardoor u schade lijdt en heeft u hulp nodig om uw nadeel gecompenseerd te krijgen? Neem contact met ons op.

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
Noa Bilogrevic
Noa Thumbnail
30 januari 2024
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Extern salderen via verleasen? Nog niet zo makkelijk…

Luchtfoto van dorp 1536x1024

Veel ondernemers weten dat als je in de buurt van Natura2000 gebieden een project wil uitvoeren, je snel tegen een omgevingsvergunning voor een Natura2000 activiteit aanloopt. Voorheen was dat een vergunning op basis van de Wet natuurbescherming. Deze wet is per 1 januari 2024 opgegaan in de Omgevingswet.

Maar wanneer is nu sprake van een Natura2000 activiteit? Dat wordt gedefinieerd in de wet. Een Natura2000 activiteit is een activiteit ‘inhoudende het realiseren van een project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura2000-gebied.’

Door middel van een onderzoek naar de effecten van de plannen op het Natura2000 gebied zal moeten blijken of sprake is van ‘significante gevolgen’. Daarnaast zal je moeten onderzoeken of je de nadelige gevolgen kan uitsluiten of voorkomen (specifieke zorgplicht). Ofwel, je project kan alleen doorgang vinden als geen sprake (meer) is van significante gevolgen. Om dat probleem op te lossen, zijn er mogelijkheden om te ‘salderen’.

We maken onderscheid tussen intern salderen en extern salderen. Van intern salderen is sprake als binnen het project oplossingen worden gevonden waardoor de stikstofneerslag van een activiteit wordt opgelost, waardoor er geen ‘significante gevolgen’ meer zijn. Als het onderzoek dat uitwijst, is er geen omgevingsvergunning voor een Natura2000 activiteit nodig.

Lukt intern salderen niet, dan kan gekeken worden of extern salderen mogelijk is. Of dat kan hangt af van provinciaal beleid. Bij extern salderen gebruik je als het ware de stikstofruimte van een ander bedrijf (het saldo-gevende bedrijf) dat zijn ‘stikstof’-activiteiten beëindigt en dat tot maximaal 70%.

Dat in de praktijk gezocht wordt naar mogelijkheid om projecten doorgang te laten vinden zonder al te veel vertraging is bekend. Logisch dat een ondernemer kansen zag door met een ander bedrijf afspraken te maken dat die tijdelijk geen gebruik zou maken van zijn stikstofruimte, zodat een natuurvergunning afgegeven zou kunnen worden. Maar daar was niet iedereen het mee eens, zo blijkt uit een uitspraak van de rechtbank Gelderland. Wat speelde er?

Een agrarisch ondernemer had voor de uitbreiding van zijn geitenhouderij een constructie bedacht waarbij een andere B.V. (ook een geitenhouderij) tijdelijk geen gebruik zou maken van een gedeelte van diens natuurvergunning. In ieder geval totdat er luchtwassers waren geïnstalleerd en de noodzaak van extern salderen zou komen te vervallen. De twee bedrijven sloten een overeenkomst over de overname van het stikstofdepositiesaldo van de één, ten gunste van de ander. Het college van burgemeester en wethouders konden zich in deze constructie vinden en hebben een natuurvergunning verleend. Een aantal partijen was het daar niet mee eens en vond dat de gemeente niet zomaar kon instemmen met het ‘tijdelijk buiten gebruik stellen’ als wisselruimte om tot extern salderen te komen.

De rechtbank benoemt eerst de uitgangspunten die in de rechtspraak tot stand zijn gekomen over externe saldering: als de stikstofdepositie van de nieuwe ontwikkeling significante gevolgen kan hebben voor relevante locaties in een Natura2000 gebied, dan kan de depositie op die locaties, door het beperken of beëindigen van emissie van een andere, al bestaande activiteit er toe leiden dat de totale depositie als gevolg van de gewenste ontwikkeling per saldo niet leidt tot een toename van de depositie op het Natura2000 gebied.

Wat moet er dan beoordeeld worden? De saldering zal volgens de rechtbank altijd per locatie van stikstofgevoelige habitattypen moeten worden bepaald aan de hand van de desbetreffende emissies en verspreiding. Ofwel: men moet dus de toe- en/of afname van depositie op de stikstofgevoelige habitattypen beoordelen en niet zozeer de emissies van gewenste en te beëindigen activiteiten.

Vervolgens blijkt uit eerdere rechtspraak van de Raad van State dat je alleen extern kan salderen als de vergunning voor het saldo-gevende bedrijf daadwerkelijk wordt ingetrokken. Dat kan blijken uit een intrekkingsbesluit of uit een overeenkomst tussen de twee bedrijven over de overname van de ruimte die vrijvalt bij intrekking van de vergunning. Daarnaast moeten de activiteiten van het saldo-gevende bedrijf daadwerkelijk worden beëindigd.

De rechtbank oordeelde echter dat de constructie die de ondernemer in kwestie had bedacht (‘tijdelijk geen gebruik maken van stikstofruimte’) onvoldoende zekerheid biedt. Het zou kunnen gebeuren dat activiteiten toch tussentijds worden hervat.

Belangrijk voor dat oordeel was dat de het college van burgemeester en wethouders alleen voorschriften in de natuurvergunning voor het saldo-ontvangende bedrijf had opgenomen. Als het saldo-gevende bedrijf haar activiteiten niet zou staken of later weer zou opstarten, kon het college feitelijk niet handhaven. Een civielrechtelijke overeenkomst tussen twee bedrijven kan namelijk worden opgezegd. Of niet worden nagekomen door een partij. En dus had het college de natuurvergunning van het saldo-gevende bedrijf dus (al dan niet gedeeltelijk) daadwerkelijk moeten intrekken om er zeker van te zijn dat aan de voorwaarden voor externe saldering wordt voldaan.

De uitspraak zelf kan je hier nalezen.

Wil je als ondernemer projecten uitvoeren waarbij je aanloopt tegen een omgevingsvergunning voor een Natura2000-activiteit en gebruikmaken van extern salderen? Laat je goed voorlichten over de mogelijkheden. Wil je advies en bijstand bij overleg met het bevoegd gezag? Neem dan contact met ons op.

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
Noa Bilogrevic
Noa Thumbnail
30 januari 2024
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Is uw HR-beleid al 2024-proof?📝

HR beleid 2024 proof 1536x1072

In de praktijk merken we dat nog niet iedere ondernemer de arbeidsvoorwaardenregelingen en alles wat er bij HR komt kijken, op orde heeft. Wat zijn nu de laatste wijzigingen geweest en welke wijzigingen komen er nog aan?

Wat moet u al geregeld hebben volgens de wet?

  • Heeft u alle modellen arbeidsovereenkomst al aangepast aan de laatste stand van de wetgeving? Dat zou moeten betekenen dat u na 1 augustus 2022 alle modellen hebt aangepast op de informatieverplichtingen die volgen uit de Wet transparante en voorspelbare arbeidvoorwaarden;
  • Studiekostenregelingen zijn aangepast naar aanleiding van de Wet transparante en voorspelbare arbeidvoorwaarden. Het is niet meer zomaar mogelijk om een terugbetalingsregeling van studiekosten met de werknemer af te spreken. Neem die afspraken nogmaals onder de loep;
  • Er geldt een verplichte klokkenluidersregeling bij tenminste 50 werknemers per 23 december 2023. Let op dat ook uitzendkrachten, stagiairs en vrijwilligers meetellen in die ’50 werknemers’, mits zij een vergoeding voor hun werkzaamheden ontvangen. Per 18 februari 2023 gold deze verplichting al voor werkgevers met minstens 250 werknemers;
  • Ontvangen uw werknemers minimumloon? Dan zijn die lonen per 1 januari 2024 verhoogd en omgezet in wettelijke minimum uurlonen. Onder de voorgaande wetgeving bleek dat in de praktijk een werknemer die 40 uur per week werkte een lager minimumuurloon had dan de werknemer die 36 uur per week werkte. Dat is nu gelijkgetrokken en de lonen zijn geïndexeerd met 3,75% per 1 januari 2024;
  • De maximale onbelaste reiskostenvergoeding bedraagt in 2024 € 0,23 per kilometer en de onbelaste thuiswerkvergoeding in 2024 is € 2,35 per dag;
  • Indien u een werknemer heeft die langer dan 6 weken arbeidsongeschikt is, dan moet per 1 juli 2023 de werknemer ook zijn visie geven in het plan van aanpak en de (eerstejaars)evaluaties en bijstellingen daarvan. Een AOW-gerechtigde werknemer hoeft bij ziekte geen 13 weken meer maar 6 weken te worden doorbetaald sinds 1 juli 2023;
  • Kinderen onder de 16 jaar mogen niet meer werken als flitsbezorger sinds vorig jaar november. Ook zijn de regels voor kinderarbeid nog verder aangescherpt. Let daar dus op;
  • De toetredingsleeftijd voor pensioenopbouw is verlaagd van 21 jaar naar 18 jaar door de komst van de nieuwe Wet toekomst pensioenen. Is dit al gecommuniceerd met uw jonge werknemers die nog niet onder een pensioenregeling vielen door hun leeftijd?

 

Wat komt er in 2024 allemaal aan?

  • De CO2-registratieplicht mobiliteit gaat per 1 juli 2024 gelden voor werkgevers met meer dan 100 werknemers. Hier tellen gedetacheerden en uitzendkrachten niet mee. In de praktijk betekent dit dat alle kilometers, uitgesplitst naar woon-werk en zakelijk, per vervoersmiddel (auto, openbaar vervoer, fiets, scooter etc.) en het brandstoftype moeten worden geregistreerd.
  • Er komt nieuwe wetgeving die meer duidelijkheid zou moeten bieden aan zzp’ers en werkgevers. Deze wetgeving wordt van belang voor de vraag of iemand een zzp’er of een werknemer in loondienst is. De Belastingdienst heeft n.a.v. het Deliveroo-arrest van 24 maart 2023 de modelovereenkomsten gebaseerd op vrije vervanging al ingetrokken per 1 januari 2024. De Hoge Raad heeft namelijk gezegd dat er bij vrije vervanging wél sprake kan zijn van een arbeidsovereenkomst. Gebruikt u die modelovereenkomsten nog wel? Pas deze dan zo snel mogelijk aan. Blijf ook goed kijken of de zzp’er daadwerkelijk zelfstandig en zonder leiding en toezicht de werkzaamheden verricht om te voorkomen dat de overeenkomst tussen jullie onbedoeld kwalificeert als een arbeidsovereenkomst of schijnzelfstandigheid. Twijfelt u? Neem dan contact op of bekijk onze eerdere blogs.
  • De wet- en regelgeving voor kinderarbeid zou op dit moment onvoldoende aansluiten bij nieuwe vormen van werk door kinderen, zoals vloggen en influencen. Deze regelgeving wordt gemoderniseerd, verduidelijkt en aangescherpt, waarbij het uitgangspunt is de bescherming van het kind, waarbij ook gekeken is naar de positieve kanten van werk voor kinderen.
  • Het kan zijn dat werkgevers met tenminste 10 werknemers binnenkort verplicht een vertrouwenspersoon moeten aanstellen. Het wetsvoorstel ligt bij de Eerste Kamer. In de praktijk merken wij dat rechters hier ook naar vragen in (stijgende) ongewenst gedrag-zaken. Wij raden dan ook aan om – ongeacht de datum van de inwerkingtreding van deze wet – nu al een externe vertrouwenspersoon aan te stellen;
  • Alle werkgevers moeten binnenkort een werkwijze hebben, waarin de werkgever aangeeft hoe hij de werving aanpakt en verboden onderscheid (discriminatie) voorkomt. Werkgevers met meer dan 25 werknemers moeten de werkwijze ook schriftelijk opstellen. De Inspectie krijgt de bevoegdheid om controles uit te voeren en boetes op te leggen. Het wetsvoorstel ligt bij de Eerste Kamer.

 

Vragen over deze veranderingen? Of heeft u hulp nodig bij het aanpassen of opstellen van modelovereenkomsten- en regelingen? Neem dan contact op met Dennis Oud, Elke Hofman of Tessa Sipkema.

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
Noa Bilogrevic
Noa Thumbnail
30 januari 2024
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Participatie onder de Omgevingswet

Zakenlieden bespreken met hun collega s op whiteboa 1536x1024

Een aantal maanden geleden is een blog geweid aan de participatieprocedure onder de wet- en regelgeving die gold tot 1 januari 2024. Onder deze wetssystematiek was sprake van een inspanningsverplichting, maar hoefde niet aan (alle) wensen van omwonenden tegemoet te worden gekomen. In deze blog zal worden ingegaan op participatie onder de Omgevingswet.

Eerst even een korte herhaling van het begrip ‘participatie’. Participatie houdt in dat de overheid of initiatiefnemers die iets willen realiseren in de fysieke leefomgeving burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen actief moeten betrekken bij de voorbereiding van het project. Op die manier kunnen de bij de participatie betrokken partijen hun wensen en zorgen reeds in de voorbereidingsfase delen, zodat de initiatiefnemer of de overheid hier mogelijk rekening mee kan houden.

Participatie door overheden

De participatieprocedure voor projectbesluiten wijkt af van de participatieprocedure zoals beschreven in het Omgevingsbesluit. Deze blog heeft dus geen betrekking op participatie bij het projectbesluit. Kort gezegd worden projectbesluiten gebruikt voor complexe projecten met een publiek belang, zoals het aanleggen van een snelweg of het versterken van een primaire waterkering.

Voor overheden en initiatiefnemers is regelgeving met betrekking tot participatie verspreid over het Omgevingsbesluit, de Omgevingswet en de Omgevingsregeling.  Het Omgevingsbesluit bepaalt dat overheden bij de voorbereiding van het omgevingsplan, verordeningen, omgevingsvisies en programma’s moet aangeven ’hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn.’ De (decentrale) overheden moeten daarnaast aangeven hoe ze het toepasselijke participatiebeleid hebben meegenomen in de participatieprocedure.

Zoals u misschien al merkt, worden overheden enkel verplicht om participatie uit te voeren. Zij worden echter niet verplicht om de resultaten van de participatieprocedure zodanig door te voeren, dat alle wensen die tijdens deze procedure zijn geuit, daadwerkelijk worden verwezenlijkt in het omgevingsplan, verordeningen, omgevingsvisies en programma’s. Er is dus geen sprake van een zogenaamde resultaatsverplichting, maar wel van een motiveringsplicht. De overheden moeten aangeven hoe ze de burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen hebben meegenomen in de voorbereiding en wat de resultaten zijn.

Participatie door initiatiefnemers

De regels met betrekking tot participatie voor initiatiefnemers zijn opgenomen in de Omgevingswet en de Omgevingsregeling.

Wanneer een initiatiefnemer een vergunningaanvraag wil indienen voor een door hem of haar beoogd project, moet hij of zij verschillende gegevens aandragen. Regels met betrekking tot de aan te leveren gegevens bij een vergunningaanvraag zijn opgenomen in artikel 16.55 Ow. In lid 6 is opgenomen dat het hier in ieder geval gaat over gegevens met betrekking tot een al dan niet uitgevoerde participatieprocedure. Dat betekent dat de initiatiefnemer dus ook kan motiveren waarom geen participatie heeft plaatsgevonden.

In artikel 7.4 van de Omgevingsregeling wordt voorts vermeld hoe zo’n participatieprocedure er dan uit moet zien. De initiatiefnemer moet aangeven of burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen zijn betrokken bij de voorbereiding van de vergunningaanvraag en, zo ja, hoe zij zijn betrokken en wat de resultaten van de participatie zijn.

In sommige gevallen is het echter niet mogelijk om af te zien van het organiseren van participatie. Lid 7 geeft de gemeenteraad namelijk de bevoegdheid om voor specifieke gevallen participatie verplicht te stellen. Dit betekent dat in de gevallen zoals bedoeld in lid 7, de participatieprocedure/het organiseren van participatie daadwerkelijk verplicht is. Het gaat dan enkel om zogenaamde ‘BOPA-activiteiten’ of ‘buitenplanse omgevingsplan activiteiten’. Dit zijn activiteiten die niet zijn toegestaan in het omgevingsplan en waarvoor een vergunning nodig is.

Dat betekent dat bij alle vergunningaanvragen moet worden aangegeven of de participatieprocedure wel of niet is doorlopen. Het is een beetje vreemd dat een initiatiefnemer bij aan aanvraag, die niet op de lijst van de gemeenteraad staat, bij het aanvragen alleen maar hoeft aan te geven ‘of’ hij aan participatie heeft gedaan en deze keuze niet hoeft te motiveren. Heeft hij participatie georganiseerd, dan meldt hij ook hoe de participatie is georganiseerd en wat de resultaten waren. Deed hij het niet, dan hoeft hij dat echter verder niet te verantwoorden.

Zo anders is de situatie dat een participatieprocedure wel is vereist. De initiatiefnemer moet dan aantonen dat hij de burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen heeft betrokken en wat de resultaten zijn. Hij moet dus uitleggen hoe de participatieprocedure is verlopen en hoe hij de personen en bedrijven en organisaties in kwestie heeft betrokken in de voorbereiding van de vergunningaanvraag. Organiseert de aanvrager geen participatie, dan zal zijn aanvraag niet behandeld kunnen worden, omdat niet wordt voldaan aan de vereisten voor het in behandeling nemen van de aanvraag (artikel 4:5 Awb, lid 1 onder a). Maar dan moet de aanvrager wel eerst in de gelegenheid gesteld zijn om het gebrek te herstellen.

Conclusie

Voor overheden is het in een groot aantal gevallen verplicht om participatie te organiseren in de voorbereiding van projecten. Voor initiatiefnemers ligt dit anders. Ondanks dat in veel gevallen is vereist dat bij een vergunningaanvraag wordt gemeld of participatie heeft plaatsgevonden, is het daadwerkelijk doorlopen van een participatieprocedure in beginsel niet verplicht. In beginsel, omdat de gemeenteraad op grond van artikel 16.55 lid 7 van de Omgevingswet een lijst kan opstellen met activiteiten waarvoor participatie wel verplicht is.

In de gevallen waarbij wel wordt gekozen voor participatie en in de gevallen dat participatie is verplicht, moet worden aangetoond hoe deze procedure is vormgegeven en wat de uitkomsten hiervan zijn. Deze uitkomsten hoeven echter niet te worden meegenomen in de uiteindelijke besluitvorming of de vergunningaanvraag.

Blijf juridisch op de hoogte

Meld u aan voor onze nieuwsbrief