Direct een advocaat nodig? Bel: +31 10 220 44 00

Of e-mail en ontvang binnen 24 uur een antwoord

Header mvo 1 scaled

Nieuws

De haij & van der wende advocaten

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
Noa Bilogrevic
Noa Thumbnail
30 januari 2024
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

In bezwaar tegen een besluit van een bestuursorgaan: niet voor iedereen weggelegd

Bouwinitiatieven

Bij bouwinitiatieven zijn vaak verschillende partijen betrokken. Zowel de initiatiefnemer, de aannemer, maar ook eventuele toekomstige eigenaren of huurders hebben belang bij een soepel verloop van de voorbereiding en de uiteindelijke realisatie. Het vergunningtraject is daarvan een essentieel onderdeel. Als een omgevingsvergunning vervolgens wordt geweigerd, zullen al deze verschillende partijen dus ook baat hebben bij het tegenhouden van dat besluit.

Zo ook in de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 9 februari 2026. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veere had in 2011 al een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een hotel. In 2021 werd de vergunning echter weer ingetrokken, omdat er al die jaren geen gebruik was gemaakt van die vergunning. Tegen dat besluit werd bezwaar aangetekend door de eigenaar van het perceel, de aannemer en een bouwbedrijf én diverse partijen die betrokken waren bij de bouw van het hotel. Tegen de beslissing op bezwaar, waarin de bezwaren ongegrond werden verklaard, ging daarnaast ook nog een groep bewoners in beroep.

Veel verschillende partijen dus, met allemaal wisselende belangen. De rechtbank moest daarom eerst beoordelen welke beroepen ontvankelijk waren, en welke niet.

Daarvoor moest eerst worden gekeken naar het procesbelang. Dat betekent dat met het beroep een resultaat met feitelijke betekenis kan worden bereikt voor de indiener. Oftewel: heeft de indiener iets aan het instellen aan het beroep, valt er voor hem wat te halen? De rechtbank oordeelde in dit geval dat alle partijen procesbelang hadden.

Vervolgens moest worden gekeken naar de belanghebbendheid. Alleen degenen wiens belang direct bij een besluit zijn betrokken, kunnen hiertegen in bezwaar en/of beroep. Hierover oordeelde de rechtbank als volgt.

Over de beroepen van de verschillende partijen die betrokken waren bij de ontwikkeling van het hotel en de aannemer en het bouwbedrijf, oordeelde de rechtbank dat zij geen rechtstreeks belang hadden bij het besluit, maar slechts een afgeleid belang. Zij werden slechts indirect geraakt in hun belang. Dat belang namelijk was afhankelijk van contractuele relaties, zoals een koop- of opdrachtovereenkomst. Ook deze beroepen werden daarom niet-ontvankelijk verklaard.

De omwonenden die op ongeveer 20 meter van het project wonen zijn naar het oordeel van de rechtbank wel belanghebbenden, omdat zij gevolgen van enige betekenis kunnen ondervinden van het project. Omwonenden die verder weg wonen zullen geen gevolgen van enige betekenis ondervinden en werden dus ook niet als belanghebbenden gekwalificeerd. Het beroep van die laatste groep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard.

Wat betekent dit voor de praktijk? Alleen partijen wiens belang direct bij een besluit zijn betrokken zijn belanghebbende en mogen in bezwaar en/of beroep, zo lang zij een procesbelang hebben. Dat een partij indirect in zijn belangen kan worden geraakt door een besluit, maakt niet dat die partij belanghebbende is.

Heeft u vragen over de ontvankelijkheid van een bezwaar of beroep? Neem dan gerust contact op met Gerard van der Wende of met Fleur Huisman.

U leest de uitspraak hier. 

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
Noa Bilogrevic
Noa Thumbnail
30 januari 2024
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Een mogelijkheid is geen gegeven: huisvesting van arbeidsmigranten is een logiesfunctie

Huisvesting

Op 25 februari 2026 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een interessante uitspraak gedaan over de vraag of huisvesting van arbeidsmigranten valt onder logies of bewoning. Een actueel onderwerp waar veel werkgevers met internationale werknemers mee te maken hebben.

In de uitspraak van de Afdeling ging het om de bouw van logieseenheden met een servicegebouw voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Hiertoe was door de initiatiefnemer een vergunningaanvraag ingediend. De vergunningaanvraag is door het college afgewezen, omdat het bouwplan in strijd zou zijn met het bestemmingsplan en het Bouwbesluit.

Volgens het college vielen de logieseenheden niet onder de toegestane logiesfunctie, maar zouden zij een woonfunctie hebben. De bouwtekeningen zouden duiden op woongebruik, omdat alle eenheden zijn voorzien van een eigen toegang en een gedeelde keuken, sanitair en woonkamer, en daarom geschikt zouden zijn voor bewoning. Dat bij de aanvraag is toegelicht dat het gaat om verblijf van 3 tot maximaal 6 maanden, door personen die elders hun hoofdverblijf hebben en daartoe een nachtregister wordt bijgehouden doet daar volgens het college niets aan af. Omdat het college meent dat sprake is van wonen, zou daarnaast ook niet zijn voldaan aan de eisen van het Bouwbesluit, omdat voor wonen andere eisen gelden dan voor logies.

De Afdeling was het niet eens met het college. Het oordeelt dat, gelet op de aanvraag en de daarbij verstrekte nadere informatie over het gebruik, er sprake is van gebruik voor logies in de zin van nachtverblijf, en niet van wonen. Het verstrekken van logies is in lijn met de bestemming.

Over de mogelijkheid dat de eenheden zullen worden gebruikt voor wonen in plaats van logies, oordeelt de Afdeling dat de omstandigheid dat de eenheden mogelijk geschikt zijn voor bewoning, nog niet maakt dat aangenomen moet worden dat de omgevingsvergunning ook daadwerkelijk wordt aangevraagd voor niet toegestaan woongebruik.

De Afdeling is dan ook van oordeel dat het college onvoldoende grond had om bij de weigering van de vergunningaanvraag uit te gaan van een niet toegestaan beoogd gebruik voor wonen. Als de logieseenheden in de praktijk alsnog worden gebruikt voor wonen, is dat een kwestie van handhaving, maar dat is niet relevant in de vergunningprocedure.

Wat kunnen we uit deze uitspraak concluderen? In een vergunningprocedure omtrent huisvesting van arbeidsmigranten dient te worden uitgegaan van het beoogde gebruik (voor logies) en niet van eventueel illegaal gebruik (voor bewoning) wat ook mogelijk zou kunnen zijn. Dat is een kwestie van handhaving.

Heeft u vragen over het huisvesten van arbeidsmigranten en de vereisten die daarvoor gelden? Neem dan contact op met Gerard van der Wende of met Fleur Huisman

U leest de uitspraak hier. 

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
Noa Bilogrevic
Noa Thumbnail
30 januari 2024
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Ontslag bij weigeren kopje koffie tijdens re-integratie

Een werknemer die niet meewerkt aan zijn re-integratie, wat kun je daar als werkgever mee? Deze recente uitspraak laat zien dat ontbinding uiteindelijk mogelijk is, mits je het proces zorgvuldig volgt.

Voor werkgevers en HR is dit een duidelijke reminder: ontbinding kan, maar alleen als je het zorgvuldig aanpakt. De rechter benoemt expliciet wat in ieder geval nodig is:

  • een schriftelijke waarschuwing of loonmaatregel,
  • én een deskundigenoordeel van het UWV waaruit blijkt dat de werknemer onvoldoende meewerkt.

In deze zaak had de werkgever meerdere waarschuwingen gegeven, eerst het loon opgeschort en daarna stopgezet. De werknemer is tussentijds twee keer op spreekuur van de bedrijfsarts verschenen. De bedrijfsarts gaf aan dat re-integratie in (passende) werkzaamheden nog niet mogelijk was, maar dat regelmatige contactmomenten tussen werkgever en werknemer wel verwacht mochten worden. Ook wel bekend als "het kopje koffie met de werkgever".

De werknemer verscheen echter niet op de uitnodigingen van de werkgever, ondanks de waarschuwingen en de loonstop. Vervolgens is een deskundigenoordeel aangevraagd. Het UWV oordeelde dat de werknemer onvoldoende meewerkte aan zijn re-integratie. De kantonrechter sloot zich daarbij aan.

Wat opvalt aan deze uitspraak: het deskundigenoordeel van het UWV was er relatief snel. De exacte aanvraagdatum staat niet in de uitspraak, maar het kan niet langer dan ongeveer zes weken hebben geduurd. Het UWV kan dus (wél) voortvarend handelen als dat nodig is. De procedure bij de rechter duurt vervolgens wel langer. Het verzoek werd in november ingediend, de uitspraak volgde in februari en de arbeidsovereenkomst eindigt pas per 1 april 2026.

Dat betekent dat je als werkgever rekening moet houden met een doorlooptijd van enkele maanden.

Opvallend is ook dat niets wordt gezegd over de transitievergoeding. Omdat geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen, kan de werknemer mogelijk nog aanspraak maken op een transitievergoeding.

De belangrijkste les voor werkgevers en HR: zorg voor een strak dossier. Leg alles schriftelijk vast, pas loonmaatregelen correct toe en vraag op tijd een deskundigenoordeel aan. Zonder die stappen is ontbinding op deze grond vrijwel kansloos.

Vragen over een vastlopende re-integratie? Neem contact op met Dennis Oud, Elke Hofman-Bijvank of Tessa Sipkema.

U leest de uitspraak hier. 

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
Noa Bilogrevic
Noa Thumbnail
30 januari 2024
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Pas op: óók “vrijwillige” opleidingen kunnen niet altijd op werknemers worden verhaald

Vrijwillige opleiding

Werkgevers houden van duidelijkheid. Studiekostenbedingen ook. Maar de kantonrechter in Oost-Brabant liet op 5 februari 2026 zien dat die duidelijkheid snel verdwijnt als scholing wordt aangemerkt als “noodzakelijk” in de zin van de wet. In deze zaak werden de studiekostenbedingen namelijk gewoon nietig verklaard. Gevolg: de werknemer hoefde helemaal niets terug te betalen aan studiekosten, ook al had zij zelf opgezegd en had zij zelfs om een van de studies gevraagd.

De zaak speelde bij Teamzorg, een thuiszorgorganisatie. Een werknemer trad in dienst als Leerling Helpende en volgde via het Zorgcollege in Nijmegen de opleiding Helpende (met aansluitend het certificaat Plus). Daarna startte zij met de vervolgopleiding Verzorgende IG, maar die maakte ze niet af. Toen zij uit dienst ging, wilde de werkgever op basis van de studiekostenbedingen voor beide opleidingen een bedrag terugzien. De werknemer verweerde zich met een inmiddels bekende, maar in de praktijk nog steeds onderschatte lijn: als het gaat om scholing noodzakelijk voor het werk, dan moet de werkgever die scholing kosteloos aanbieden en kan hij de kosten dus niet verhalen. De rechter gaf haar gelijk.

Wat maakte dat de rechter deze opleidingen onder 7:611a BW schaarde? Voor de opleiding Helpende was het eigenlijk snel duidelijk. De rechter vond vooral belangrijk dat deze opleiding nodig was om de functie bij Teamzorg te kunnen uitvoeren. Teamzorg stelde zelf dat iedere werknemer “op papier een basis in de zorg” moet hebben. In de vacature stond letterlijk: een diploma Helpende is vereist (of je moet het willen halen). Als je als werkgever dus feitelijk zegt: “zonder dit diploma kun je hier je werk niet doen”, dan valt het al snel onder noodzakelijke scholing.

Het certificaat Plus ging om dezelfde reden mee ten onder. Dat werd niet gezien als een leuke bonus, maar als iets dat nodig is om bepaalde vaardigheden zelfstandig te mogen uitvoeren binnen de functie. De rechter zag het als een logisch verlengstuk van de opleiding.

De grootste discussie zat bij de vervolgopleiding Verzorgende IG. Ook daar oordeelde de rechter dat er sprake was van noodzakelijke scholing. Doorslaggevend was vooral de context. Partijen sloten een leer-/arbeidsovereenkomst voor de functie leerling Verzorgende IG, wat volgens de rechter laat zien dat Teamzorg haar (op termijn) in die rol wilde inzetten. Daarnaast stonden er structureel vacatures open voor Verzorgende IG en Teamzorg bevestigde dat de werknemer goed functioneerde en kon doorgroeien. De rechter koppelde dat aan een duidelijk werkgeversbelang: behoud van een goede werknemer en bredere inzetbaarheid.

Saillant detail: Teamzorg stuurde actief op waar de opleiding gevolgd moest worden. De werknemer wilde het goedkopere ROC, maar de werkgever wilde het Zorgcollege omdat de opleiding daar sneller kon worden afgerond en Teamzorg met een personeelstekort te maken had. Die sturing werkte juist tegen Teamzorg. De rechter was van oordeel dat als de werkgever meebeslist over opleider en tempo omdat dat haar uitkomt, zij laat zien dat het niet alleen “persoonlijke ontwikkeling” is, maar ook een direct bedrijfsbelang dient.

Dat het initiatief bij de werknemer lag, vond de rechter niet doorslaggevend. “Vrijwillig” is dus geen vrijbrief als de opleiding in de praktijk (ook) in het belang van de werkgever is en gekoppeld is aan inzetbaarheid.

Wat betekent dit nou voor werkgevers die wél met studiekostenbedingen willen werken? Kijk goed naar de feitelijke context. Als de opleiding nodig is voor de functie, als de werkgever het diploma als basis eist, als je een leer-/arbeidsovereenkomst sluit richting een (andere) functie, als er structureel behoefte is aan die inzet, en zeker als je als werkgever stuurt op opleider en tempo omdat je sneller van de nieuwe skills van de werknemer gebruik wil maken, dan wordt het al snel lastig om de kosten later terug te vorderen.

Heeft u vragen over studiekostenregelingen? Neem gerust contact op met Dennis Oud, Tessa Sipkema of Elke Hofman-Bijvank

U leest de uitspraak hier. 

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
Noa Bilogrevic
Noa Thumbnail
30 januari 2024
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Bijverdienen? Niet zo.

Bijverdienen

Tegen betaling belastingaangiftes verzorgen naast je baan bij de Belastingdienst? De kantonrechter maakte daar korte metten mee.

In een uitspraak van 22 januari 2026 oordeelt de kantonrechter dat een medewerker van de Belastingdienst in strijd met het verbod op nevenwerkzaamheden en ernstig verwijtbaar heeft gehandeld door in de avonduren tegen betaling belastingaangiftes te verzorgen en daarbij interne systemen van zijn werkgever te raadplegen.

Wat speelde er?

Bij de Belastingdienst ontstond het vermoeden dat een werknemer tegen betaling in de avonduren belastingaangiftes verzorgde en fiscale adviezen gaf. De werknemer zou daarbij ook de interne systemen van de Belastingdienst raadplegen.

De Belastingdienst heeft de betreffende werknemer uitgenodigd voor een gesprek. Tijdens dit gesprek verklaarde de werknemer dat hij meermaals fiscaal advies heeft gegeven aan bekenden en familie tegen betaling. Later bleek dat de werknemer meer personen had geholpen. Na dit gesprek is de werknemer geschorst in het belang van de organisatie wegens een vermoeden van een ernstige integriteitsschending.

De Staat verzoekt in deze procedure de arbeidsovereenkomst met de werknemer te ontbinden, omdat de werknemer ernstig verwijtbaar heeft gehandeld.

De kantonrechter oordeelt dat de werknemer ernstig verwijtbaar gehandeld heeft omdat hij:

  • in strijd met het verbod op nevenwerkzaamheden heeft gehandeld;
  • het vaststaat dat hij onbevoegd de systemen van de Belastingdienst heeft geraadpleegd, en
  • vast is komen te staan dat hij de onbevoegd uit de systemen verkregen informatie heeft gebruikt voor zijn verboden fiscale adviezen.

Werknemer wist ook dat wat hij deed niet was toegestaan. Op het intranet van de Belastingdienst staat namelijk duidelijk dat je de interne systemen alleen mag raadplegen voor zover dat nodig is voor je werk. Ook staat daar vermeld dat het gebruiken van vertrouwelijke informatie voor onder andere nevenwerkzaamheden, wordt gezien als een ernstige integriteitsschending. Nota bene kreeg de werknemer bij het inloggen steeds een melding te zien waarin hij werd gewaarschuwd dat gebruik van systemen zou worden gelogd en misbruik zou worden bestraft. 

Daarnaast benadrukt de kantonrechter de bijzondere positie van de Belastingdienst in de maatschappij, de vele gegevens van burgers en bedrijven waarover zij beschikt en dat werknemers van de Belastingdienst een bijzondere verantwoordelijkheid dragen en ervoor moeten zorgen dat het vertrouwen van burgers in de Belastingdienst niet wordt geschaad.

De conclusie van de kantonrechter is dat de arbeidsovereenkomst per direct wordt ontbonden vanwege het ernstig verwijtbaar handelen en dat werknemer geen recht heeft op transitievergoeding, met veroordeling van de proceskosten.

Hoewel nevenwerkzaamheden in beginsel zijn toegestaan, mag een werkgever op basis van objectieve redenen nog steeds bepaalde nevenwerkzaamheden verbieden. Heeft u vragen over nevenwerkzaamheden door uw werknemer of wilt u weten of uw regeling nog up-to-date is? Neem dan contact op met Dennis Oud, Tessa Sipkema en Elke Hofman-Bijvank.

Lees hier de volledige uitspraak hier. 

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
Noa Bilogrevic
Noa Thumbnail
30 januari 2024
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Tijdens de bouw afwijken van een omgevingsvergunning, mag dat zomaar?

Bouwplan

De rechtbank Den Haag moest in haar uitspraak van 22 december 2025 beoordelen of tijdens de herbouw van een gebouw mocht worden afgeweken van een afgegeven omgevingsvergunning. Het betrof een kantoorpand in Leiden waar door de jaren heen al meerdere omgevingsvergunningen voor waren verleend, onder meer voor het verbouwen van het kantoorpand naar woonstudio’s, vervolgens van onzelfstandige naar zelfstandige woonruimte, daarna  voor het slopen en herbouwen van het pand en op 31 januari 2022 uiteindelijk een omgevingsvergunning voor het wijzigen van het gebruik naar een hotelfunctie.

Op 17 februari 2023 diende een omwonende een handhavingsverzoek in, omdat zou worden gebouwd in afwijking van de verleende vergunning voor het slopen en herbouwen van het pand. Zo zou onder meer de brandcompartimentering anders zijn uitgevoerd en ook de gevel zou niet zijn gerealiseerd zoals in de vergunning was opgenomen.

De gemeente wees het handhavingsverzoek slechts deel toe. Voor de overige afwijkingen meende het college dat er ofwel geen sprake was van een overtreding, ofwel dat de afwijkingen waren gelegaliseerd via goedgekeurde revisietekeningen. Dat laatste zou betekenen dat de omgevingsvergunning van 31 januari 2022 zou zijn gewijzigd door het goedkeuren van de revisietekeningen. De omwonende was het hier niet mee eens en ging in beroep bij de rechtbank.

De rechtbank legde eerst het juridisch kader uit voor het wijzigen van een bouwplan en vergunning. Een bouwplan mag alleen zonder nieuwe omgevingsvergunning worden gewijzigd als het gaat om een wijziging van ondergeschikte aard. Zo’n wijziging kan bovendien alleen als de vergunning waarvan wijziging wordt beoogd nog niet onherroepelijk is.

Naar het oordeel van de rechtbank werd in dit geval niet aan het juridisch kader voldaan. Ten eerste voorzag de omgevingsvergunning van 31 januari 2022 helemaal niet in toestemming voor de activiteit bouwen, maar alleen in de wijziging van de functie naar hotel. Het goedkeuren en afstempelen van revisietekeningen als behorend tot de omgevingsvergunning van 31 januari 2022 kan dus sowieso niet meebrengen dat ondergeschikte wijzigingen met betrekking tot bouwen worden vergund. Daar ging de vergunning namelijk helemaal niet over.

Het was ook niet mogelijk om de afstempeling en goedkeurig van de revisietekeningen te zien als wijziging van ondergeschikte aard van de eerdere vergunningen, omdat die omgevingsvergunning al onherroepelijk waren, waardoor wijziging niet meer mogelijk was.

De rechtbank oordeelde daarom dat wel degelijk sprake was van overtredingen, omdat de afwijkingen van het bouwplan niet toegestaan waren. Er had daarom door het college handhavend opgetreden moeten worden.

Heeft u vragen over de mogelijkheid van het wijzigen van een aan u verleende omgevingsvergunning? Neem dan contact op met Gerard van der Wende of met Fleur Huisman

U leest de uitspraak hier.

Blijf juridisch op de hoogte

Meld u aan voor onze nieuwsbrief