Direct een advocaat nodig? Bel: +31 10 220 44 00

Of e-mail en ontvang binnen 24 uur een antwoord

Header mvo 1 scaled

Nieuws

De haij & van der wende advocaten

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
Noa Bilogrevic
Noa Thumbnail
30 januari 2024
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Hoofdsponsorschap Golfclub Capelle verlengd tot eind 2026⛳

Verlenging sponsorovereenkomst Golfclub Capelle 2

Met trots delen wij mee dat wij ons hoofdsponsorschap van Golfclub Capelle hebben verlengd tot eind 2026!🥂

De afgelopen jaren hebben we met veel plezier en betrokkenheid samengewerkt met de club. Daarom zijn wij blij dat wij deze samenwerking kunnen voortzetten — en dat enthousiasme is wederzijds! Zowel wij als Golfclub Capelle kijken ernaar uit om samen verder te bouwen aan mooie sportieve en zakelijke momenten op en rond de baan.

Op naar nog meer gezamenlijke mooie golfdagen!🎉

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
Noa Bilogrevic
Noa Thumbnail
30 januari 2024
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Zijn de hoge kosten voor verplaatsen van een tuinhuis een reden om van handhavend optreden af te zien?

Handhaving beginselplicht

Zoals al vaker besproken, heeft de overheid een beginselplicht tot handhaving. Kort gezegd betekent dit dat de overheid moet handhaven tegen overtredingen als zij hiertoe de bevoegdheid heeft, behalve als sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor de overheid van handhaving kan afzien. Van bijzondere omstandigheden kan sprake zijn als er een concreet zicht op legalisatie bestaat, of als handhaving zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, dat de handhaving niet gerechtvaardigd zou zijn.

De beginselplicht tot handhaving is een veel besproken onderwerp in de rechtspraak, simpelweg omdat veel burgers en bedrijven menen dat in hun specifieke geval van handhaving had moeten worden afgezien. Dit was ook het geval in de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 30 april 2025. In deze zaak had een burger een tuinhuis gebouwd in zijn voortuin, zonder dat daarvoor benodigde vergunningen. Het college had daarom een last onder dwangsom opgelegd om het tuinhuis te verwijderen en verwijderd te houden. Hier was de burger het niet mee eens, omdat hij het tuinhuis 3 meter verderop in zijn tuin wel vergunningvrij had mogen bouwen, maar het onevenredig zou zijn om van hem te verlangen dat hij het tuinhuis verplaatst. Hij meent daarom dat sprake is van een bijzonder geval waarin het college had moeten afzien van handhaving. De rechtbank was het met de burger eens, en oordeelde dat de last onder dwangsom niet opgelegd had mogen worden. Het college ging vervolgens in hoger beroep bij de Afdeling, waar de vraag voor lag of daadwerkelijk sprake was van een bijzonder geval waarin van handhaving had moeten worden afgezien.

De Afdeling oordeelde dat dit niet het geval was, omdat het belang waar de burger zich op beroept, namelijk dat het erg kostbaar is om het tuinhuis te verplaatsen, er niet voor zorgt dat sprake is van een bijzonder geval waardoor van handhaving had moeten worden afgezien, aangezien bouwen zonder de vereiste omgevingsvergunning voor het eigen risico van de burger komt. Dat kan het college dus niet worden tegengeworpen.

Uit deze uitspraak kunnen we opmaken dat hoge kosten voor het verwijderen of verplaatsen van een zonder omgevingsvergunning gerealiseerd bouwwerk, niet zorgt voor een bijzonder geval waardoor van handhaving had moeten worden afgezien, simpelweg omdat dit voor eigen risico van de burger of het bedrijf komt.

U leest de uitspraak hier.

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
Noa Bilogrevic
Noa Thumbnail
30 januari 2024
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel: uitzonderlijk maar niet onmogelijk!

Concurrentiebeding contract

In eerdere blogs heb ik reeds gesproken over het vertrouwensbeginsel en hoe lastig het is om hier een geslaagd beroep op te doen. Om het gegeven op te frissen, geef ik nog even een korte uitleg van wat het vertrouwensbeginsel nu precies betekent. Het vertrouwensbeginsel houdt in dat burgers en bedrijven erop moeten kunnen vertrouwen dat een toezegging van een bestuursorgaan of een wettelijke bepaling ook daadwerkelijk nagekomen of nageleefd moet worden. Aan dit beginsel zitten nogal wat haken en ogen. Het belangrijkste struikelblok is dat het moet gaan om een toezegging van een bestuursorgaan. In veel gevallen loopt een beroep op het vertrouwensbeginsel hierop vast, omdat een toezegging niet aan het bestuursorgaan kan worden toegerekend.

Toch zijn er ook gevallen waarin een beroep op het vertrouwensbeginsel wel slaagt. Dit was het geval in de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 20 maart 2025. In deze zaak stond een omgevingsvergunning voor het realiseren van een haven in Oud-Loosdrecht centraal. De initiatiefnemer had afspraken gemaakt met de gemeente over de komst van de haven. Om de omgevingsvergunning te kunnen verkrijgen, moesten voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Om de initiatiefnemer te helpen, had het college toegezegd om die parkeerplaatsen te realiseren, zodat dit geen obstakel zou vormen voor het verlenen van de omgevingsvergunning. Zo gezegd, zo gedaan. De omgevingsvergunning werd verleend, mede op basis van het feit dat de gemeente de parkeerplaatsen zou realiseren. Vervolgens maakten omwonenden bezwaar, waarna het college besluit om de parkeerplaatsen toch niet te realiseren en de vergunning te herroepen en weigeren. De initiatiefnemer is in beroep gegaan tegen de beslissing op bezwaar en doet daarbij (onder meer) een beroep op het vertrouwensbeginsel.

De rechter oordeelt dat sprake is van een duidelijke toezegging door een bestuursorgaan, omdat de toezegging is gedaan in een overleg, een besluit en een brief. Het college was zelf bij het overleg over de parkeerplaatsen aanwezig, het gaat om een besluit van het college zelf en de brief is ondertekend namens het college. Dat betekent dat het beroep van de initiatiefnemer op het vertrouwensbeginsel slaagt.

Uit deze uitspraak blijkt dat er wel degelijk situaties zijn waar een beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt. Er moet echter wel worden voldaan aan de strenge maatstaven die hieraan worden gesteld.

U leest de uitspraak hier

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
Noa Bilogrevic
Noa Thumbnail
30 januari 2024
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Inwerkingtreding Wtta: meer transparantie en handhaving binnen de uitzendsector?

De Tweede Kamer heeft op dinsdag 15 april zijn akkoord gegeven op de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (Wtta). Een trouw lezer van onze blogs is al op de hoogte van de kernpunten hiervan aangezien we eerder al hebben uitgelegd wat deze wet inhoudt en waarom het belangrijk is om er op tijd bij te zijn.

Even opfrissen: wat regelt de Wtta?

De Wtta voert een toelatingsstelsel in voor uitzendbureaus en andere bedrijven die arbeidskrachten uitlenen. Alleen wie officieel is toegelaten, mag straks nog actief zijn op deze markt.

 En daar horen duidelijke eisen bij. Als uitlener moet je onder andere:

  • een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) overleggen;
  • een waarborgsom van €100.000 storten;
  • aantonen dat je het juiste loon betaalt aan je medewerkers;
  • en keurig je belastingen afdragen.

De Arbeidsinspectie houdt toezicht – niet alleen bij toelating, maar ook daarna met regelmatige controles.

Niet alleen uitleners, ook inleners opgelet!

Ook bedrijven die personeel inhuren – de zogeheten inleners – krijgen te maken met nieuwe verplichtingen. Zij mogen vanaf 2026 alleen nog werken met uitzendbureaus die zijn toegelaten tot de markt. Doe je dat niet? Dan kun je als inlener zélf worden aangesproken op overtredingen, met alle financiële gevolgen van dien.

Voorbereiden op 2026: wat kun je nú al doen?

Voor inleners:

  • Check je samenwerkingen. Werk je met een uitzendbureau? Controleer dan of zij hun toelating op tijd aanvragen of al in het bezit zijn van een SNA-certificering.
  • Breng je inhuurketen in kaart. Zorg dat je weet met wie je zaken doet en onder welke voorwaarden – dat kan later een hoop gedoe voorkomen.

Voor uitzendbureaus:

  • Begin op tijd. Voldoe je nog niet aan de voorwaarden? Wacht niet tot eind 2025, maar neem nu al stappen richting toelating.
  • Laat je vrijwillig certificeren. Tot 1 juli 2025 kun je je alvast laten certificeren via de Stichting Normering Arbeid (SNA) – dat maakt het echte toelatingsproces straks een stuk soepeler.

Vragen over uitzendcao’s of het ter beschikking stellen van arbeidskrachten? Neem dan contact op met Dennis Oud, Elke Hofman-Bijvank, Tim van Riel of met Tessa Sipkema.

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
Noa Bilogrevic
Noa Thumbnail
30 januari 2024
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Verandering in toepassing belanghebbendenbegrip na inwerkingtreding Omgevingswet?

Padelbaan buiten omgevingsrecht

In artikel 1:2 Awb wordt een belanghebbende gedefinieerd als: “degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken”. Deze definitie is relevant, omdat alleen belanghebbenden in bezwaar (of beroep) kunnen gaan tegen een besluit van de overheid.

Ondanks dat het belanghebbendebegrip al sinds 1994 is opgenomen in de Awb, en die wet nog altijd geldt, zag de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant aanleiding om te toetsen of het belanghebbendebegrip nog wel dezelfde betekenis heeft sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Dit deed hij in zijn uitspraak van 20 maart 2025.

In deze zaak was een omwonende in bezwaar gegaan tegen een omgevingsvergunning voor het aanleggen van 4 padelbanen en het verleggen van een tennisbaan op een sportcomplex. Haar bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard, omdat het college meende dat zij geen belanghebbende was. De omwonende heeft hiertegen beroep ingesteld en een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de rechtbank. Zij meende namelijk dat zij wel belanghebbende was, omdat het plan een onevenredige impact zou hebben op haar woon- en leefklimaat.

Om te beoordelen of dit daadwerkelijk het geval is, moest worden getoetst aan artikel 1:2 Awb. Voordat de voorzieningenrechter hieraan toekomt, wijst hij eerst op het feit dat de omgevingsvergunning is verleend op grond van de Omgevingswet. Onder het oude recht (de Wabo) heeft de Afdeling veel rechtspraak ontwikkeld over het belanghebbendebegrip. De vraag is nu of die rechtspraak en de werking van het belanghebbendebegrip ook van toepassing is onder de Omgevingswet. De voorzieningenrechter oordeelde van wel. Artikel 1:2 Awb is immers niet gewijzigd met de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de gevolgen van een omgevingsvergunning voor de aanleg van padel- en tennisbanen zijn ook niet veranderd.

Voor de omwonende in deze zaak betekende dat, dat zij geen belanghebbende was, omdat zij geen zicht had op de padel- en tennisbanen en zij op een te grote afstand van de banen woonde, waardoor zij geen hinder van enige betekenis zou ervaren.

Geconcludeerd kan worden dat het belanghebbendebegrip ook onder de Omgevingswet toepasbaar blijft. Volledigheidshalve wijs ik u er wel op dat dit een uitspraak is van de rechtbank. De Afdeling moet zich nog uitlaten over dit vraagstuk.

U leest de uitspraak hier.

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
Noa Bilogrevic
Noa Thumbnail
30 januari 2024
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Publicatie en bekendmaking van een besluit: een belangrijk verschil

Besluit publicatieHet is vaak een punt van discussie: de datum van bekendmaking en de datum van publicatie van een besluit. Welke van de twee is nu leidend voor de start van een bezwaar- of beroepstermijn? Dit is essentiële informatie, want als de verkeerde datum wordt gekozen, kan het zomaar zijn dat een burger of bedrijf te laat is met het indienen van een bezwaar- of beroepschrift, omdat de termijn al is verstreken.

Een dergelijke situatie werd besproken in de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 9 april 2025. Een derde had bezwaar gemaakt tegen een aan Vodafone Libertel B.V. verleende omgevingsvergunning voor het oprichten van een antenne-opstelpunt. Het college van de gemeente Emmen had dat bezwaar echter niet-ontvankelijk verklaard, omdat de bezwaartermijn al was verstreken voordat het bezwaar was ingediend. Het besluit tot vergunningverlening was namelijk al van 18 oktober 2022, waardoor de bezwaartermijn op 19 oktober 2022 was aangevangen. De derde heeft pas op 8 december 2022 bezwaar ingediend. Toen was de bezwaartermijn al verstreken, waardoor het bezwaar te laat was en niet-ontvankelijk werd verklaard. De derde kon zich niet vinden in de niet-ontvankelijkverklaring, omdat hij meende dat de publicatie in het Gemeenteblad onjuist was. In de publicatie is namelijk opgenomen dat “de datum van bekendmaking is eerst genoemd”. Volgens de derde is die eerstgenoemde datum 1 november 2022 en niet 18 oktober 2022. Deze onduidelijkheid in de publicatie zou de derde niet aangerekend kunnen worden.

De Afdeling oordeelt dat duidelijk is dat het besluit tot vergunningverlening op 18 oktober 2022 is bekendgemaakt aan de aanvrager, waarna de bezwaartermijn is aangevangen. De bekendmaking is daarna gepubliceerd in het Gemeenteblad. Volgens de Afdeling is er geen reden om te oordelen dat sprake is van een onduidelijke publicatie in het Gemeenteblad, omdat hierin duidelijk is vermeld dat de omgevingsvergunning op 18 oktober 2022 bekend is gemaakt. Dat rechtsboven op de pagina de datum 1 november 2022, de datum van uitgifte van het Gemeenteblad, betekent niet dat dit de bekendmaking van het besluit is. Dit is immers de datum van publicatie. Hierbij heeft de Afdeling ook meegewogen dat de derde werd bijgestaan door een professionele rechtshulpverlener en derhalve meer van hem verwacht mocht worden.

Kort gezegd betekent dit dat het van groot belang is om in de gaten te houden wanneer de bezwaar- of beroepstermijn nu daadwerkelijk gaat lopen. Het te laat indienen van een bezwaar- of beroepschrift kan immers grote gevolgen hebben.

Heeft u hulp nodig bij het maken van bezwaar of het instellen van beroep tegen een besluit van de overheid? Neem dan contact op met Gerard van der Wende of met Fleur Huisman. Wij helpen u graag.

U leest de uitspraak hier

Blijf juridisch op de hoogte

Meld u aan voor onze nieuwsbrief