Direct een advocaat nodig? Bel: +31 10 220 44 00

Of e-mail en ontvang binnen 24 uur een antwoord

Header mvo 1 scaled

Nieuws

De haij & van der wende advocaten

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Relatiebijeenkomst met gastspreker Peter Heerschop

Op dinsdag 16 oktober 2018 organiseerden wij in samenwerking met Notariskantoor Van der Hammen, een relatiebijeenkomst met als gastspreker Peter Heerschop voor onze cliënten. Dit event stond vooral in het teken van “Goede tijden, slechte tijden in de onderneming”. Het was een zeer gezellige en geslaagde avond!

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Verworven recht of “extraatje”?

Naast in de arbeidsovereenkomst overeengekomen arbeidsvoorwaarden, kennen werkgevers in de praktijk hun werknemer extra (financiële) voordelen toe. Gedacht kan worden aan een telefoon, een laptop van de zaak of aan een eindejaarsuitkering. Er ontstaat discussie als de werkgever een einde wil maken aan dat extraatje. De werknemer vindt dat hij er inmiddels recht op heeft en spreekt dan van een verworven recht. De werkgever stelt zich dan vaak op het standpunt dat geen sprake is van een arbeidsvoorwaarde, maar eerder van een “gunst” of een “extraatje”, omdat het daarmee gemoeid gaande voordeel immers berust op coulance of vrijgevigheid, zonder dat daar een aanspraak van de werknemer tegenover staat.

Of er sprake is van een “extraatje” van de werkgever, dan wel van een arbeidsvoorwaarde, dient in de eerste plaats beoordeeld te worden aan de hand van uitleg van de (schriftelijke) arbeidsovereenkomst. Daarnaast kan er sprake zijn van een  “verworven recht”, dat wil zeggen van een situatie waarin de werknemer gedurende enige tijd het “extraatje” heeft gekregen en hij er om die reden gerechtvaardigd op mag vertrouwen dat hij het extraatje ook in de toekomst blijft ontvangen.

 Hoge Raad 22 juni 2018

De lagere rechtspraak was verdeeld. In het arrest van 22 juni 2018 (FNV/Pontmeijer) heeft de Hoge Raad richtlijnen gegeven om te beoordelen wanneer uit de gedragslijn van de werkgever een arbeidsvoorwaarde (en dus een verworven recht) voor de werknemer voortvloeit. De Hoge Raad stelt voorop dat het aankomt op de zin die partijen aan elkaars gedragingen (en in verband daarmee staande verklaringen) hebben toegekend en in de gegeven omstandigheden daaraan redelijkerwijs mochten toekennen. In dat verband zijn de volgende gezichtspunten van belang:

  • de inhoud van de gedragslijn;
  • de aard van de arbeidsovereenkomst en de positie die de werkgever en de werknemer  jegens elkaar innemen;
  • de lengte van de periode gedurende welke de werkgever de desbetreffende gedragslijn heeft gevolgd;
  • hetgeen de werkgever en de werknemer in verband met deze gedragslijn jegens elkaar hebben verklaard of juist niet hebben verklaard;
  • de aard van de voor- en de nadelen die voor de werkgever en de werknemer uit de gedragslijn voortvloeien en;
  • de aard en de omvang van de kring van werknemers jegens wie de gedragslijn is gevolgd.

Het draait dus steeds om de vraag of de werknemer gerechtvaardigde verwachtingen mocht ontlenen aan een bepaalde gedragslijn van de werkgever waarbij de navolgende factoren een rol spelen:

  • de lengte van de periode waarover een bepaald voordeel aan de werknemer is verstrekt. Hoe langer deze periode is des te meer vertrouwen gerechtvaardigd kan zijn. Er is echter geen vaste periode te geven die moet zijn verstreken voordat sprake kan zijn van een verworven recht;
  • is door de werkgever aan de werknemer meegedeeld dat sprake was van een onverplicht voordeel of dat dat voor de werknemer anderszins kenbaar was. Als dat het geval is, dan zal in het algemeen geen sprake zijn van gerechtvaardigd vertrouwen;
  • wat de aard van het extraatje of het genotenvoordeel is. Als het gaat om extraatjes die verband houden met betaling van regulier loon (bijvoorbeeld 100% doorbetaling bij ziekte), dan zal eerder worden aangenomen dat sprake is van een gerechtvaardigd vertrouwen dan bij de betaling van bijvoorbeeld een bonus;
  • of het voordeel aan alle werknemers, althans een bepaalde groep van werknemers is toegekend, dan wel aan een individuele werknemer, die daardoor bevoordeeld is ten opzichte van zijn collega’s. In het eerste geval is sneller sprake van gerechtvaardigd vertrouwen dan in het tweede geval.
     

Les voor de praktijk

De Hoge Raad heeft weliswaar gezichtspunten gegeven, maar de uitkomst is en blijft altijd afhankelijk van alle omstandigheden van het geval. Een werkgever doet er echter verstandig aan, als hij voor zoveel mogelijk wil voorkomen dat een werknemer aan een bepaald voordeel rechten kan ontlenen, aan de werknemer telkens schriftelijk mee te delen dat sprake is van een onverplicht voordeel waaraan geen rechten kunnen worden ontleend voor de toekomst.

Voor meer informatie en advies kunt u terecht bij Hans de Haij en Dennis Oud.

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Indexatie van de huurprijs van bedrijfsruimte & geliberaliseerde woonruimte met terugwerkende kracht mogelijk?

Indexatie van de huurprijs van bedrijfsruimte & geliberaliseerde woonruimte met terugwerkende kracht mogelijk?

In de praktijk komt het met enige regelmaat voor dat een verhuurder is vergeten om jaarlijks de huurprijs te indexeren. De vraag doet zich dan al snel voor of dit achteraf nog kan worden hersteld. Naast de misgelopen verhogingen in het verleden werkt het niet indexeren van de huurprijs ook door in de toekomstige huurpenningen. De huurprijs is immers niet verhoogd waardoor er ook in de toekomst nog (een deel van de) huur door de verhuurder wordt misgelopen. Reden voor een verhuurder om hier dus wat aan te willen doen. Het antwoord op de vraag blijkt in de jurisprudentie echter niet eenduidig en is afhankelijk van een aantal factoren.

Zo oordeelde het gerechtshof in haar arrest van 14 maart 2017 dat op een huurder een eigen verantwoordelijkheid rust om de hoogte van de verschuldigde huurprijs in de gaten te houden. De vordering werd beperkt toegewezen omdat een gedeelte van de gevorderde huur termijnen betrof van langer dan 5 jaar geleden en dus waren verjaard. Het gerechtshof Amsterdam had in een eerder arrest gelijkluidend geoordeeld. Opmerking verdient wel dat in beide gevallen er sprake was van een indexeringsclausule op grond waarvan de huurprijs jaarlijks automatisch werd geïndexeerd.

De rechtbank Haarlem oordeelde in haar vonnis van 17 november 2010 daarentegen dat de vordering tot betaling met terugwerkende kracht (2004) van niet betaald geïndexeerde huur onaanvaardbaar was. Er was bij aanvang van de huur niet over indexatie gesproken. Enkel in 1993 was er eenmalig aanspraak gemaakt op indexatie maar vervolgens 17 jaar niet. Huurder mocht er volgens de rechtbank redelijkerwijs vanuit gaan dat verhuurder geen aanspraak zou maken op indexering.

In een vonnis van de rechtbank Overijssel van 13 december 2016 oordeelde de rechtbank eveneens dat het onaanvaardbaar was om na 32 jaar met terugwerkende kracht de huurprijs te indexeren. Dit zou voor huurder immers betekenen dat er een huurachterstand zou bestaan van € 114.362,50 over de laatste vijf jaren (verjaringstermijn) en de maandelijkse huur ineens € 3.100,45 zou bedragen. Een verhoging van ruwweg 700%.

Een laatste voorbeeld kan gevonden worden in een vonnis van de rechtbank’s-Hertogenbosch van 3 mei 2012 waarin de automatische indexering voor het eerst na 17 jaar werd ingeroepen door verhuurder. Huurder had echter een minimum inkomen en ontving huurtoeslag. De verhoging kon niet worden betaald door de huur en de verhoging zou bovendien met zich meebrengen dat de huur boven de huurtoeslaggrens zou komen waardoor hij daarvoor niet meer in aanmerking zou komen. Onder deze omstandigheden was indexering met terugwerkende kracht naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.

Voornoemde uitspraken zijn slechts voorbeelden, vele uitspraken zijn er op dit onderwerp nog te vinden. De uitspraken illustreren dat in ieder geval gekeken wordt naar de omstandigheden van het specifieke geval waarbij gekeken wordt naar de indexeringsclausule (wordt er automatisch geïndexeerd of niet?), naar een mogelijke verjaringstermijn en naar de gevolgen voor de individuele huurder.

Voor verhuurders betekent dit allereerst dat zij ervoor moeten zorgen dat zij de indexatie niet moeten vergeten. De jurisprudentie biedt weliswaar mogelijkheden om de huur met terugwerkende kracht te indexeren maar dit betreft geen absoluut recht. Afhankelijk van factoren als verjaring en omstandigheden gelegen aan de zijde van de huurder kan een dergelijke vordering (gedeeltelijk) worden afgewezen. Ook huurders moeten op de indexatie bedacht zijn. Op hen rust in beginsel een eigen verantwoordelijkheid om de hoogte van de huurprijs in de gaten te houden.

Bent u huurder of verhuurder en wilt u meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met Lennart Hordijk.

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Verlichting Molenviergang gemoderniseerd dankzij De Haij & Van der Wende Zuidplas Rally

Zaterdag 8 september jl. was het weer zover, de negende editie van de door Lionsclub Zevenhuizen georganiseerde De Haij & van der Wende Zuidplas Rally. Bijna 70 equipes namen dit jaar deel aan deze mooie rally die vanaf het terrein van La Baraque te Zevenhuizen vertrokken. Met gezonde spanning lazen de deelnemers hun navigators en het routeboek. Ondertussen vergaapte bezoekers zich aan de mooie en bijzondere auto’s die in een rij stonden te wachten om te mogen vertrekken.

De voorzitter van de rallycommissie, Cees van Mullem, sprak over een zeer geslaagde dag en de deelnemers hebben genoten van de mooie rit door het uitgestrekte Groene Hart, naar kasteel Haarzuilens en weer terug naar de parkeerplaats van La Baraque.

Met de opbrengst van de rally komt € 7.500,00 ten gunste aan de Stichting Molenviergang Tweemanspolder, die hiermee de verlichting van de molens aan de Molenviergang kan moderniseren. Aan het einde van de dag nam de gelukkige penningmeester Derek de Vries van de Stichting Molenviergang de cheque in ontvangst. De Molenviergang in de Tweemanspolder te Zevenhuizen bestaat uit vier achter elkaar geschakelde molens welke, gedurende bijna twee eeuwen, gezamenlijk het polderniveau op peil hielden. Van 12 t/m 15 september 2018 zal de Molenviergang ’s avonds weer in de schijnwerpers staan, waarbij op vrijdagavond 14 september a.s. de molens ook draaien. Voor meer informatie zie hun website: Stichting Molenviergang

Namens De Haij & Van der Wende Advocaten willen wij de organisatie, de Skymasters, alle deelnemers en sponsoren bedanken voor een wederom zeer geslaagde rallydag!

Lions Club Zevenhuizen organiseert verschillende activiteiten gedurende het jaar om met de opbrengst goede doelen te ondersteunen, die steeds ook via de website lionsclubzevenhuizen.nl gecommuniceerd worden.

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Update op Juridisch gebied

De zomer is voorbij. Het regent weer en de dagen worden korter. Tijd voor een kleine blog over wat er op juridisch gebied allemaal tijdens uw vakantie is gebeurd.

 Arbeidsrecht

Op het gebied van arbeidsrecht heeft de Hoge Raad zich uitgelaten over de vraag of het Gerechtshof een arbeidsovereenkomst met terugwerkende kracht alsnog kan ontbinden als de kantonrechter een ontslag op staande voet heeft vernietigd. Het antwoord is en blijft nee, maar de Hoge Raad heeft wel overwogen dat als een Gerechtshof tot de conclusie komt dat het ontslag op staande voet gerechtvaardigd is, het ook zo kan zijn dat de werknemer sinds het ontslag geen loon meer heeft gekregen dat voor zijn rekening en risico is. Dit betekent dat het weer zinvol kan zijn om werknemers op staande voet te ontslaan en als een kantonrechter dat ontslag vernietigt toch geen loon uit te betalen, maar in hoger beroep te gaan.Uiteraard is dat alles allemaal afhankelijk van de omstandigheden van het geval, dus raadpleeg ons.

‍Ondernemingsrecht

Op 12 juni 2018 heeft de Eerste Kamer het wetsvoorstel “Uitbreiding bevoegdheden ondernemingsraad inzake beloningen van bestuurders van grote ondernemingen” aangenomen en per 15 juni 2018 inwerking is getreden.

Ondernemingsraden van grote ondernemingen moeten voortaan met de eigenaren of aandeelhouders een jaarlijks gesprek over de beloning van de bestuurders voeren. Ondernemingen worden verplicht de ondernemingsraad schriftelijk te informeren over de beloningen. De vraag is natuurlijk wanneer heeft een ondernemer een grote onderneming? Dat is als de onderneming 100 werknemers (geen fte) of meer in dienst heeft.

 Franchise en omzetprognose

Op 3 september 2018 heeft de Procureur-Generaal de Hoge Raad geadviseerd om, in een zaak tussen franchisenemer en franchisegever over de juistheid van de door laatstgenoemde verstrekte omzetprognose, de franchisegever de bewijsopdracht te geven inzake die juistheid. Dit zou betekenen dat als partijen een franchiseovereenkomst sluiten gebaseerd op een omzetprognose en de omzet valt tegen, het dus de franchisegever is die moet bewijzen dat die prognose juist is en niet de franchisenemer dat de prognose onjuist is. Het is nu wachten op de Hoge Raad of hij dit advies overneemt.

 ‍AVG

De AVG is nu toch echt in werking getreden, dus als u nu nog ongewenst nieuwsbrieven krijgt, dan kunt u klagen bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Verder wijzen wij u erop dat alle werknemers een privacy-verklaring van de werkgever dienen te ontvangen met daarin een overzicht van de gegevens die de werkgever elektronisch verzamelt, de reden voor die verzameling en wat de rechten van de werknemers zijn ten aanzien van die verzamelde gegevens. Deze verklaring kan worden opgenomen in een personeelshandboek of als bijlage bij de arbeidsovereenkomst. Heeft u zo’n verklaring nog niet, neem dan contact met ons op.

‍Tot slot

Tot slot ontvangt u binnenkort van ons een uitnodiging voor een netwerkbijeenkomst onder leiding van Peter Heerschop. De bijeenkomst zal worden gehouden op dinsdag 16 oktober 2018 bij het Van der Valk Hotel te Nieuwerkerk aan den IJssel. Indien u geen uitnodiging van ons ontvangt, kan dat komen doordat wij u geen nieuwsbrieven en uitnodigingen meer mogen versturen door de AVG. Mail uw gegevens naar pr@haijwende.nl en wij zetten u weer op de mailinglist.

Lennart Hordijk
Lennart hordijk small
Dennis Oud
Dennis rond 200x200
Erwin den Hartog
Erwin rond 200x200
Fleur Huisman
Fleur 1
Petra Lindthout
Petra lindhout pf
Tessa Sipkema
Tessa rond 200x200
Gerard van der Wende
Gerard rond 200x200
Elke Hofman-Bijvank
Elke 1
Bas van der Eijk
Bas advocaat Rotterdam
Tim van Riel
Tim portret
Iris Keemink
Iris portret
De Haij & van der Wende
Logo Haij Wende

Digitaal procederen, voorlopig toch maar even niet.

Plannen

Wellicht gaat er nog een belletje rinkelen bij de termen “Digitaal procederen” en “KEI” (Kwaliteit en Innovatie rechtspraak)? Wij hebben u daar eerder over geïnformeerd, deze termen horen bij de grootse plannen van de Raad voor de Rechtspraak om de Nederlandse rechtspraak te digitaliseren. Deze plannen waren al jaren in voorbereiding en in uitvoering. Het uitgangspunt daarbij was dat afgestapt zou worden van de “oude” schriftelijke wijze van procederen en een efficiënte wijze van digitaal procederen geïntroduceerd zou worden. Gezien de verregaande digitalisering van onze maatschappij was het ook niet onlogisch dat (eindelijk) ook de gedateerde wijze van het indienen van stukken en enkele procedurele aspecten aangepast zouden worden aan de technische mogelijkheden.

 Te complex en te duur

Wat is er van de plannen en de uitvoering inmiddels terechtgekomen? Bar weinig zo bleek toen enkele maanden terug de teleurstellende balans werd opgemaakt. Het aanvankelijk geraamde kostenplaatje van € 60 miljoen bleek te zijn opgelopen tot € 220 miljoen, zonder dat daarbij een definitief product kon worden opgeleverd. Uit een nader onderzoek naar deze gang van zaken en de oorzaak hiervan kwam – onder meer – naar voren dat de digitalisering van juridische procedures te complex zou zijn, dat het aan leiding en planning ontbrak, dat besluiten te laat werden genomen en er onvoldoende kennis aanwezig was om een en ander te implementeren.

Invoering op dit moment zou slechts kunnen met nog flinke investeringen, hoge beheerskosten en een onwenselijke belasting van rechtbankmedewerkers. Als klap op de vuurpijl blijkt het softwareplatform, waar het gehele systeem op gebouwd is, niet langer doorontwikkeld en ondersteund te worden door de leverancier.

Geen landelijke digitalisering

Inmiddels heeft de Raad voor de Rechtspraak besloten digitaal procederen niet landelijk in te voeren. De Raad concludeert dat digitaal procederen technisch wel tot de mogelijkheden behoort, maar voor landelijke invoering het benodigde brede draagvlak ontbreekt en dat het geen doelmatige investering is.

Bij de rechtbank Gelderland en Midden-Nederland blijft digitaal procederen in handelsvorderingen overigens verplicht, de systemen zijn daar als pilots uitgerold en in werking. Voorlopig blijft het daar dus bij.

 Toekomst?

Is er dan geen enkel licht aan de digitale horizon waar te nemen? Voorlopig nog niet, maar de Raad voor de Rechtspraak heeft laten weten dat in het najaar naar verwachting verder gesproken kan gaan worden over de bijgestelde doelen van de digitalisering, de weg daarnaar toe en – als een les uit het voorgaande traject – de kosten die daarmee gemoeid zijn.

Wij houden u op de hoogte.

Blijf juridisch op de hoogte

Meld u aan voor onze nieuwsbrief