Direct een advocaat nodig? Bel: +31 10 220 44 00

In deze zaak ging het om een werknemer die sinds 1995 in dienst was als lasser. Na een motorongeluk in 2019 raakte hij volledig arbeidsongeschikt. De loondoorbetalingsplicht van de werkgever, inclusief loonsanctie, eindigde uiteindelijk op 1 maart 2024. Omdat terugkeer naar het werk niet meer mogelijk was, verzocht de werknemer aan de werkgever om via een vaststellingsovereenkomst uit elkaar te gaan onder toekenning van de transitievergoeding. De werkgever weigerde echter mee te werken.
Xella-uitspraak
De kantonrechter maakte korte metten met deze houding en verwees expliciet naar de Xella-uitspraak van de Hoge Raad (2019). In dat arrest is geoordeeld dat een werkgever op grond van goed werkgeverschap (art. 7:611 BW) verplicht is mee te werken aan beëindiging van een slapend dienstverband, mét betaling van de transitievergoeding.
In lijn daarmee ontbond de rechter de arbeidsovereenkomst en kende een transitievergoeding toe van ruim € 37.500,00. Daarbovenop moest de werkgever meer dan € 13.000,00 aan niet-genoten vakantiedagen uitbetalen. Waarom? Omdat ook ná de 104 weken arbeidsongeschiktheid de opbouw van wettelijke vakantiedagen doorloopt.
Opbouw vakantiedagen ná 104 weken
Vorig jaar oordeelde een andere rechter van de Rechtbank Gelderland nog dat over de periode waarin geen recht meer bestaat op loon, ook geen vakantiedagen worden opgebouwd. Dit volgt namelijk uit de Nederlandse wetgeving (artikel 7:634 lid 1 BW). Hoewel die rechter vorig jaar ook al aangaf dat onze regelgeving in strijd is met Europees recht en - jurisprudentie, wilde deze rechter zich er niet aan wagen om tegen de wet in te oordelen.
In deze zaak kwam de kantonrechter in Arnhem tot een andere conclusie: er bestaat wel een bevoegdheid om tegen de nationale wet in te oordelen. Het Handvest Grondrechten EU biedt daartoe uitkomst.
Voor de juristen onder ons legt de kantonrechter dit als volgt uit: In artikel 31 lid 2 van het Handvest is immers ook het recht op vakantie neergelegd. Het HvJ EU heeft in het Max Planck-arrest verduidelijkt dat artikel 31 lid 2 Handvest Grondrechten EU kan worden ingeroepen in een geschil tussen particulieren. Verder heeft dat Hof geoordeeld dat, ingeval een nationale regeling niet op een zodanige manier kan worden uitgelegd dat zij verenigbaar is met artikel 31 lid 2 Handvest Grondrechten EU, het aan de nationale rechter is om binnen het kader van zijn bevoegdheden de rechtsbescherming te verzekeren die voortvloeit uit die bepaling en de volle werking daarvan te waarborgen door, zo nodig, de nationale regeling die daarmee strijdig is buiten toepassing te laten. In de literatuur wordt verdedigd dat op vergelijkbare wijze een Nederlandse werkgever zich niet kan beroepen op de beperking van artikel 7:634 lid 1 BW, inhoudende dat een werknemer alleen vakantie opbouwt als hij recht op loon heeft.
Met andere woorden: dat een werknemer alleen vakantie-uren opbouwt over de tijd waarin hij aanspraak heeft op loon, is in strijd met Europees recht.
Voor alle werkgevers en niet-juristen goed om te weten: Zieke werknemers bouwen de gehele ziekteperiode, en niet alleen de eerste twee jaren, volledig (wettelijke) vakantie-uren op, ongeacht of zij arbeid verrichten en ongeacht of zij recht hebben op loon.
Ons advies: beoordeel tijdig of een dienstverband met een werknemer die na 104 weken nog steeds arbeidsongeschikt is, moet worden beëindigd en doe dit op correcte wijze. Dat voorkomt onnodige procedures én extra (vakantie)kosten.
Dat deze uitspraak massaal tot navorderingen zal leiden, is overigens niet waarschijnlijk. In de meeste vaststellingsovereenkomsten is namelijk een finale kwijtingsbepaling opgenomen.
Heeft u vragen? Neem dan contact op met Dennis Oud, Tessa Sipkema en Elke Hofman.
U leest de uitspraak hier.
Wij wijzen erop dat de inhoud van onze website (inclusief eventuele juridische bijdragen) uitsluitend bedoeld is voor niet-bindende informatieve doeleinden en niet dient als juridisch advies in strikte zin. De inhoud van deze site kan en mag niet dienen als vervanging van individueel en bindend juridisch advies dat betrekking heeft op jouw specifieke situatie. Alle informatie wordt daarom verstrekt zonder garantie voor juistheid, volledigheid en actualiteit.