Direct een advocaat nodig? Bel: +31 10 220 44 00

Op 22 april 2026 deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een opvallende uitspraak over de positie van derden bij bestuurlijke boetes. Centraal stond de vraag of vakbond FNV mocht opkomen tegen een boete die was opgelegd aan een transportbedrijf.
FNV had onderzoek gedaan naar de arbeidsomstandigheden van vrachtwagenchauffeurs. Daaruit bleek dat regels over rusttijden werden overtreden. FNV deelde haar bevindingen met de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. ILT nam de onderzoeksresultaten van FNV mee in haar eigen onderzoek en concludeerde dat het transportbedrijf inderdaad de regels had overtreden. De minister legde vervolgens een bestuurlijke boete op van € 10.500,00.
FNV wilde betrokken worden bij de procedure en bezwaar kunnen maken tegen het besluit. De minister en later ook de rechtbank vonden echter dat FNV geen belanghebbende was en dus niet kon opkomen tegen het boetebesluit. FNV was het daar niet mee eens en ging in hoger beroep bij de Afdeling.
De Afdeling moest vervolgens beoordelen of een derde ook belanghebbende kan zijn bij een boetebesluit. De wetgever heeft namelijk in de afdeling van de Awb waarin bijzondere bepalingen over bestuurlijke boetes staan, niks opgenomen over de positie van derden bij boetebesluiten. De Afdeling gaat er daarom vanuit dat de algemene definitiebepalingen uit de Awb over belanghebbendheid (artikel 1:2 Awb) ook gelden voor boetebesluiten. Dat betekent dat de derde een voldoende objectief, actueel, eigen en persoonlijk belang moet hebben dat rechtstreeks is betrokken bij het boetebesluit. Als aan die vereisten is voldaan, is de derde belanghebbende bij het boetebesluit.
Over de positie van FNV oordeelde de Afdeling als volgt. FNV heeft als doel het opkomen voor de belangen van werknemers, waaronder ook vrachtwagenchauffeurs. Daartoe verricht zij bijvoorbeeld ook onderzoeken. Daarmee behartigt zij een voldoende specifiek collectief belang. Dat belang is rechtstreeks betrokken bij het boetebesluit tegen het transportbedrijf, omdat dit (positieve) gevolgen kan hebben voor de arbeidsomstandigheden van de chauffeurs. FNV heeft daarom belang bij de effectiviteit en de hoogte van de boete en kan worden gekwalificeerd als belanghebbende bij het boetebesluit.
Wat betekent dit voor de praktijk? Als wordt voldaan aan de vereisten uit artikel 1:2 Awb kunnen derden ook belanghebbenden zijn bij een boetebesluit. Welke gevolgen dit heeft voor degene aan wie de boete wordt opgelegd, is nog niet duidelijk. De Afdeling legt dit bij de wetgever neer.
Heeft u vragen over uw positie (als derde) bij een handhavingsprocedure? Neem dan contact op met Gerard van der Wende of met mij.
U leest de uitspraak hier.
Wij wijzen erop dat de inhoud van onze website (inclusief eventuele juridische bijdragen) uitsluitend bedoeld is voor niet-bindende informatieve doeleinden en niet dient als juridisch advies in strikte zin. De inhoud van deze site kan en mag niet dienen als vervanging van individueel en bindend juridisch advies dat betrekking heeft op jouw specifieke situatie. Alle informatie wordt daarom verstrekt zonder garantie voor juistheid, volledigheid en actualiteit.